Zijn hoogbegaafden sociaal?

“Als hij maar wat socialer was geweest. Als hij zich maar wat meer had opengesteld. Als hij maar minder trots was geweest en gewoon met de anderen had meegedaan. Dan had hij zijn school wel af kunnen maken. Dan was hij niet vastgelopen. Dan was het goed met hem gegaan.”

Ze had de woorden nog niet uitgesproken, of ik verslikte me al bijna in mijn thee. Zei ze dit nu echt?

Ja, ze ging verder. Ze vertelde over een jongen die volgens haar hoogbegaafd was, maar volledig was vastgelopen. Hij ging niet meer naar school, zat thuis en deed niet meer mee. Volgens haar kwam dit allemaal doordat veel hoogbegaafden nu eenmaal niet zo sociaal vaardig zijn. Ik kon mijn oren niet geloven. Maar ze zei het echt.

En precies daar gaat het volgens mij mis. Dit is waar het misverstand ontstaat. Een hoogbegaafd kind loopt vast. Wordt thuiszitter. Of voortijdig schoolverlater. De omgeving ziet dat gebeuren. En vervolgens wordt het vastlopen verklaard als een karakterfout van het kind zelf.

Hij is niet sociaal genoeg. Hij doet niet genoeg moeite. Hij is lui. Hij is arrogant. Hij wil niet gewoon meedoen.

Laat me heel duidelijk zijn: hoogbegaafden zijn gemiddeld genomen helemaal niet minder sociaal dan andere mensen. De verklaring van deze vrouw klopt niet en is gebaseerd op onwetendheid of stigma.

Vastlopen is niet hetzelfde als sociaal onvermogen

Wat als zijn terugtrekken geen teken is van sociale zwakte, maar een gevolg van langdurige mismatch? Wat als hij niet vastliep omdat hij niet sociaal genoeg was, maar omdat hij jarenlang in een omgeving zat die niet bij hem paste?

Dat is een heel andere manier van kijken. Geen aansluiting vinden is wat anders dan niet sociaal zijn. En niet meer mee kunnen doen is wat anders dan niet mee wíllen doen.

Toch wordt dat vaak door elkaar gehaald. Zeker bij hoogbegaafde kinderen die vastlopen, thuiszitter worden of als voortijdig schoolverlater uit beeld raken. Misschien juist omdat mensen denken: ja maar, hij is toch zo slim? Dan kan hij zich toch wel aanpassen? Dan kan hij toch gewoon zijn school afmaken? Dan kan hij toch wel een beetje meedoen met de rest?

Maar zo simpel werkt het niet. Intelligentie betekent niet dat je overal doorheen komt. Het betekent niet dat je eindeloos kunt aanpassen. En het betekent al helemaal niet dat een omgeving die niet bij je past ineens passend wordt, alleen omdat jij slim genoeg bent om te begrijpen wat er van je verwacht wordt.

Soms maakt slim zijn het juist ingewikkelder. Je ziet wat er gebeurt. Je begrijpt de verwachtingen. Je weet misschien precies wat anderen normaal vinden. Je kunt zelfs uitleggen wat je eigenlijk zou moeten doen. Maar dat betekent nog niet dat je het kunt blijven opbrengen.

Begrijpen is niet hetzelfde als kunnen dragen. En aanpassen is niet hetzelfde als gezond functioneren.

De vraag moet anders

Daarom moeten we de vraag omdraaien. Niet: waarom doet dit kind niet gewoon mee? Maar: waarom lukt meedoen blijkbaar niet?

Niet: waarom is hij zo weinig sociaal? Maar: in welke omgeving komt zijn sociale kant wel naar voren? Niet: waarom past hij zich niet beter aan? Maar: hoeveel aanpassing is er al van hem gevraagd?

Want als iemand langdurig niet past, kan terugtrekken bescherming worden. Dan lijkt iemand misschien afstandelijk, trots of niet-sociaal. Maar onder de oppervlakte kan iets heel anders zitten: teleurstelling, schaamte, uitputting, frustratie, eenzaamheid of het gevoel dat er toch geen plek is waar je echt mee kunt doen.

Dan is het niet alleen kortzichtig, maar ook onrechtvaardig om achteraf te zeggen dat hij gewoon socialer had moeten zijn.

Slim, dus sociaal zwak?

Mensen houden van eerlijk delen. Dus als iemand bij het uitdelen van intelligentie vooraan in de rij heeft gestaan, dan zal diegene bij het uitdelen van sociale vaardigheden wel achteraan hebben gestaan.

Dat klinkt eerlijk. Bijna geruststellend zelfs, alsof de wereld zichzelf netjes corrigeert. Maar zo werkt het niet.

Helaas voor wie graag in dat soort evenwicht gelooft, zijn de kaarten niet gelijk verdeeld. Een hogere algemene intelligentie gaat gemiddeld genomen niet samen met minder aanleg op andere gebieden. Integendeel: gemiddeld hangt intelligentie juist samen met allerlei andere vormen van functioneren, zoals betere leerprestaties, meer probleemoplossend vermogen en op sommige gebieden ook betere sociale of emotionele vaardigheden. Er zijn zelfs verbanden gevonden tussen intelligentie en domeinen als sportprestaties en muzikale aanleg.

Gemiddeld, dus. Want natuurlijk zegt dat niets over ieder individu. Er zijn hoogbegaafde mensen die sociaal worstelen. Er zijn hoogbegaafde mensen die motorisch onhandig zijn. Er zijn hoogbegaafde mensen die niets met muziek hebben, of die zich in sociale situaties regelmatig verloren voelen.

Maar dat maakt het nog geen regel. Het beeld van de slimme, maar sociaal zwakke hoogbegaafde voelt misschien eerlijk. Misschien zelfs comfortabel. Maar het is geen neutrale observatie. Het is vaak eerder een manier om iemands kracht weer een beetje kleiner te maken, alsof iemand niet én slim én sociaal vaardig mag zijn en alsof er altijd ergens iets tegenover moet staan.

Maar hoogbegaafdheid is geen ruildeal.

Sociaal zijn is meer dan soepel meedoen

Misschien moeten we beter nadenken over wat we bedoelen met sociaal zijn. Vaak wordt sociaal zijn verward met makkelijk meedoen. Gezellig zijn. Niet te veel afwijken. Niet te ingewikkeld doen. Niet te intens zijn. Niet te veel vragen stellen. Niet te snel gaan.

Maar sociaal zijn kan ook iets anders betekenen. Goed luisteren. Diepe gesprekken voeren. Groepsdynamiek aanvoelen. Trouw zijn in vriendschappen. Eerlijk zijn. Oprechte verbinding zoeken. Zien wat er onder de oppervlakte gebeurt.

Als sociaal zijn alleen betekent dat je soepel invoegt in de groep, dan zullen sommige hoogbegaafden inderdaad minder sociaal lijken. Maar misschien zegt dat net zoveel over de groep als over de hoogbegaafde.

Soms is iemand niet minder sociaal, maar sociaal selectiever. Diepgaander. Sneller overprikkeld. Minder geïnteresseerd in contact dat nergens over gaat. Of gewoon niet op zijn plek.

Een ongepaste vraag

Daarom stoort de vraag “zijn hoogbegaafden sociaal?” mij eigenlijk al vanaf het begin. Niet omdat sociale ontwikkeling geen belangrijk onderwerp is, maar omdat de vraag vaak op een scheve manier wordt gesteld. Alsof hoogbegaafden zich eerst moeten verantwoorden. Alsof hun intelligentie verdacht wordt zodra ze niet soepel genoeg meebewegen met de groep.

De betere vraag is niet of hoogbegaafden sociaal genoeg zijn, maar onder welke omstandigheden hun sociale kant tot zijn recht komt. Niet ieder hoogbegaafd kind bloeit op in een klas waar het zich voortdurend moet aanpassen. Niet iedere hoogbegaafde volwassene voelt zich prettig in oppervlakkig groepscontact. Niet iedereen wordt socialer van een omgeving waarin hij zichzelf steeds moet afremmen, vertalen of kleiner maken.

Dat betekent niet dat hoogbegaafden niet sociaal zijn. Het betekent dat sociaal contact ook afstemming vraagt. Wederkerigheid. Ruimte. Herkenning. Een omgeving waarin iemand niet alleen mag meedoen, maar ook werkelijk iets van zichzelf kwijt kan.

En daarom denk ik terug aan die jongen. Misschien was hij inderdaad niet handig in de groep waarin hij zat. Misschien trok hij zich terug. Misschien kwam hij trots over. Misschien deed hij niet meer mee. Maar dat maakt hem nog niet sociaal mislukt.

Misschien was hij vooral een kind dat op dat moment niet meer paste. Een kind dat te lang had geprobeerd mee te doen in een omgeving waarin meedoen te veel van hem vroeg. Misschien speelde er van alles wat ik niet weet. Juist daarom moeten we voorzichtig zijn met zulke verhalen.

Want dit is hoe vooroordelen de wereld in komen. Een hoogbegaafde leerling loopt vast, wordt thuiszitter of voortijdig schoolverlater, en omstanders zoeken een verklaring. Die verklaring wordt vastgezet in één eigenschap: hij was niet sociaal genoeg. Vervolgens wordt die eigenschap gekoppeld aan hoogbegaafdheid zelf, alsof één verhaal ineens iets bewijst over een hele groep mensen.

En dan is het vooroordeel geboren: hoogbegaafden zijn sociaal niet zo handig. Niet omdat we dat echt weten, maar omdat één verhaal te snel werd omgezet in een algemene conclusie.

Hi, I’m Nicole

One Comment

  1. Mooi verhaal. het zette mij aan het denken, zijn hoogbegaafden niet sociaal of zijn anderen niet sociaal naar hoogbegaafden? Dat vraag ik mij ook wel af. In ieder geval bedankt voor je verhaal, inzicht en het delen er van.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *