Wat de theorie van positieve desintegratie van Dabrowski voor mij betekent

Een periode van vervreemding
Er was een periode in mijn leven waarin ik mezelf behoorlijk kwijt was. Ik had mentale klachten, voelde me vervreemd van de wereld en soms ook van mezelf. Alsof ik niet meer goed mee kon komen in het gewone leven, maar ook niet wist waar ik dan wél stond. Achteraf zie ik daarin ook iets terug van positieve desintegratie. Ik trok me steeds meer terug uit de dagelijkse sleur, uit praktische dingen, uit alles wat toegepast en functioneel was. Het interesseerde me niet meer echt. Ik zoomde uit. Ik keek meer filosofisch naar het leven, van een afstand. Sommige mensen zouden dat misschien een existentiële crisis noemen. Misschien was het dat ook.
In die periode vond ik houvast in de theorie van Kazimierz Dabrowski, een Poolse psychiater en psycholoog. Zijn theorie wordt vaak genoemd wanneer het gaat over innerlijke groei, intensiteit en ontwikkeling bij begaafde mensen. Dat is niet omdat zijn werk zo eenvoudig of toegankelijk is. Integendeel. Hij schrijft abstract, soms wat vreemd, en gebruikt begrippen die je niet meteen in het dagelijks leven tegenkomt. En toch raakte het me juist daardoor. Misschien omdat ik zelf ook niet meer in een gewone, praktische stand stond. Ik was al wat losgeraakt van het alledaagse. En in die abstracte taal vond ik iets terug wat voor mijn gevoel wél klopte.
Een theorie die resoneerde
Wat mij vooral raakte, was dat zijn theorie ruimte gaf aan ontregeling zonder die meteen weg te zetten als iets dat bestreden moet worden. Niet elke crisis is een teken dat je van jezelf verwijderd raakt. Soms is het juist een teken dat je oude vorm niet meer klopt. Dat idee gaf mij hoop.
In die tijd had ik geen sterk zelfbeeld. Ik geloofde niet vanzelfsprekend in mijn eigen potentie. En toch moet er ergens diep vanbinnen een stuk in mij zijn geweest dat dat wél voelde. Een kern die zichzelf herkende in wat Dabrowski beschreef. In zijn idee van ontwikkelingspotentieel. In zijn idee van overprikkelbaarheden of overexcitabilities. In zijn gedachte dat juist intensiteit, innerlijke conflicten en niet goed passen binnen de norm ook kunnen horen bij groei.
Alsof er iets in mij zei: er is niets mis, er probeert juist iets moois door te breken.
Ik denk dat ik daarom zo geraakt werd door zijn theorie. Niet omdat ik alles precies begreep, maar omdat ik me erin herkende op een diep niveau. Het gaf woorden aan iets wat ik al voelde maar nog niet goed kon formuleren. Namelijk dat het leven dat ik tot dan toe leidde ergens niet klopte. Dat ik te veel leefde vanuit aanpassing, vanuit overleven, vanuit wie ik dacht te moeten zijn. En te weinig vanuit wat echt van mij was.
Een nieuwe indeling van mezelf
Dabrowski beschrijft ontwikkeling als een proces waarin oude structuren kunnen afbrokkelen, zodat er iets nieuws kan ontstaan. Positieve desintegratie dus. Dat klinkt misschien tegenstrijdig, maar voor mij was het precies dat. Wat van buitenaf leek op verwarring of verlies van houvast, bleek van binnen ook een noodzakelijke herordening. Er hoefde niets weg, maar mijn zelfbeeld was niet langer houdbaar. Ik had een nieuwe indeling nodig.
En dat loslaten was beangstigend.
Want wat laat je eigenlijk los als je jezelf loslaat? Voor mijn gevoel liet ik niet mijn echte zelf los, maar juist het zelf dat was opgebouwd uit conditionering, angst, aanpassing en overleving. Het middelpunt waarvan ik lang had gedacht dat ik dat was, bleek niet mijn echte kern te zijn. En zodra ik dat begon te voelen, kon ik ook niet meer helemaal terug.
Dat proces is niet iets wat je even besluit. Het is niet: ik hoor een mooi idee, dus vanaf morgen leef ik authentiek. Zo werkt het niet. Het gaat veel dieper. Er beweegt van alles mee vanuit lagen waar je niet zomaar bewust bij kunt. Oude patronen, overtuigingen, angsten, loyaliteiten. Het is een langzaam en ingrijpend proces. Eerder iets wat zich van binnenuit aandient dan iets wat je met wilskracht regelt.
Misschien lijkt het ergens op rock bottom raken en daarna je leven opnieuw opbouwen. Alleen voelde het bij mij niet alleen als instorten, maar ook als iets wat tegelijk richting gaf. Alsof er midden in de verwarring ook een innerlijk kompas actief werd.
Heel kort gezegd onderscheidt Dabrowski verschillende ontwikkelingsniveaus. Op het eerste niveau leef je vooral in overeenstemming met de buitenwereld. Je doet wat er van je gevraagd wordt, past je aan, functioneert binnen de bestaande normen. Op latere niveaus ontstaat er innerlijke spanning. Je merkt dat wat van buiten logisch lijkt, van binnen niet meer klopt. Er ontstaan conflicten, crises, twijfel en pijn. Maar juist daarin kan ontwikkeling beginnen. Je leert onderscheid maken tussen wat lager en hoger in jezelf voelt, tussen wat aangeleerd is en wat werkelijk bij je past. Uiteindelijk kan er dan een meer bewuste, innerlijk gedragen manier van leven ontstaan.
Ik heb het gevoel dat ik heel lang in die ontregelende fase heb geleefd. Een lange tijd waarin mijn leven onrustig was, waarin ik mijn plek in de wereld niet kon vinden en op een gegeven moment zelfs de weg naar mezelf niet goed meer wist. Alsof ik vervreemd was geraakt van mijn eigen kern.
Leven vanuit mijn kern
Juist daarom betekende Dabrowski zoveel voor mij. Zijn theorie gaf me niet alleen erkenning, maar ook moed. Omdat ik het als ankerpunt nam, durfde ik beter los te laten. En vanaf dat moment is er veel veranderd.
Ik heb veel van mezelf teruggevonden. Mijn scherpte. Mijn gevoeligheid. Mijn eigen manier van kijken. Mijn nee. Mijn voorkeuren. Mijn ritme. Ik merk nu veel duidelijker wie ik ben en wie ik niet ben. Ik ben helemaal niet iemand die graag vroeg opstaat. Ik ben iemand die graag diep analyseert. Iemand die wil begrijpen, onderzoeken, invoelen, uitzoomen. Iemand die niet goed gedijt bij te veel druk van buitenaf, maar juist tot leven komt als iets echt van binnenuit gedragen wordt.
En dit voelt goed, dit ben ik.
Vroeger kon ik me behoorlijk wankel voelen, zeker als ik iets deed wat niet echt van mij was. Als ik iets moest presenteren dat meer aansloot bij de verwachtingen van een ander dan bij mijn eigen visie, dan voelde ik me gespannen, leeg of nerveus. Dan verdween mijn energie. Terwijl ik tegenwoordig merk dat als ik iets deel wat echt uit mijzelf komt, iets wat ik zelf heb doordacht, onderzocht en doorleefd, het totaal anders voelt. Dan voel ik me stevig. Dan spreek ik niet vanuit aanpassing, maar vanuit een kern.
Terug bij mezelf
Dat verschil is voor mij enorm. Dan ben ik terug bij mezelf.
Wat de theorie van positieve desintegratie mij uiteindelijk gaf, was dus niet alleen herkenning voor een moeilijke periode. Ze gaf me ook vertrouwen in een proces dat ik anders misschien niet goed had kunnen plaatsen. Ze hielp me begrijpen dat afbraak soms nodig is. Dat je jezelf soms kwijt moet raken om op een diepere manier terug te kunnen keren. En dat juist die innerlijke strijd soms wijst op leven, op potentie, op iets dat vrij wil komen.
Voor mij was Dabrowski daarom veel meer dan een theorie. Het was een ankerpunt in een periode waarin ik weinig houvast voelde. Een manier om betekenis te geven aan verwarring. En misschien ook een uitnodiging om mezelf niet langer op te bouwen rond wat de buitenwereld van mij vraagt, maar rond wat van binnen werkelijk klopt.
Wat een mooie tekst en zo herkenbaar, Zo fijn als iemand je begrijpt. Dank je wel.