Hoogbegaafdheid, wat een vreselijke term: over hb en daten

“Hoogbegaafdheid, wat een vreselijke term.”
Hij keek er vies bij. Ik kon zijn tenen niet zien, maar ik weet vrij zeker dat ze krom trokken terwijl hij het woord uitsprak.
Ik vroeg: “Wat is er mis met hoogbegaafdheid?”
“Tja,” zei hij. “Dan krijgen mensen verwachtingen van je. En alle woorden waar ‘hoog’ in zit, daar heb ik het gewoon niet zo op. Ik ben liever gewoon mezelf.”
Ik knikte, want ik begreep het wel. Die angst voor verwachtingen herken ik, en die aversie tegen het woordje hoog eigenlijk ook. Alsof je jezelf boven anderen plaatst zodra je het uitspreekt. Alsof je meteen iets moet waarmaken. Alsof je niet meer gewoon mag stuntelen, twijfelen, vastlopen, lui zijn, onhandig zijn, of soms gewoon geen flauw idee hebben waar je mee bezig bent.
Tegelijkertijd moest ik ook een beetje glimlachen. Deze date van mij had in het uur daarvoor namelijk werkelijk bijna alle kenmerken van hoogbegaafdheid opgenoemd.
Hij vertelde dat hij zo makkelijk door de middelbare school heen ging dat het eigenlijk bijna te simpel was. Hij houdt van creëren, is nieuwsgierig, creatief, onderzoekend, gevoelig en volgens mij heeft hij ook een sterke verbeeldingskracht. Intellectueel is hij sterk en hij maakt makkelijk verbanden.
Kortom, allemaal eigenschappen die vaak genoemd worden wanneer het over hoogbegaafdheid gaat. Maar zelf zag hij het niet zo. Een stukje neurodiversiteit bij zichzelf herkende hij wel. ADD misschien. Het dromerige, het gevoelige, het creatieve, misschien ook het snel afgeleid zijn. En dat schuift hij dan eerder die kant op.
Dat kan natuurlijk best kloppen. Er zit ook veel overlap in. Er zijn genoeg hoogbegaafden met ADD of ADHD, en het kan ook gewoon zijn dat ik het verkeerd inschat. Misschien is hij helemaal niet hoogbegaafd en lijkt het er alleen op.
Ik geloof ook niet dat ik zo iemand ben die in één oogopslag kan zien of iemand hoogbegaafd is. Er zijn mensen die dat over zichzelf zeggen, maar dat vermogen heb ik volgens mij niet.
Ik vond het vooral grappig dat iemand op een eerste date zo keurig allerlei zijnskenmerken van hoogbegaafdheid beschrijft, om vervolgens bijna lichamelijk in de weerstand te schieten zodra het woord zelf valt.
Ik heb wel vaker gedatet en soms benoem ik hoogbegaafdheid ook, omdat ik actief ben rondom de HB-community. Meestal reageren mensen daar neutraal op. Een beetje nieuwsgierig misschien, of ze weten niet zo goed wat ze ermee moeten.
Maar zo’n intens negatieve reactie kom ik niet vaak tegen. Hij leek bijna getriggerd door het woord. Misschien zegt dat iets, misschien ook niet. Misschien zijn sommige mensen die zelf veel herkennen in hoogbegaafdheid er juist fel op tegen zolang ze nog in de ontkenning zitten. Omdat het woord te veel oproept. Verwachtingen, schaamte, afstand, angst om arrogant gevonden te worden, of angst om niet gewoon jezelf te mogen zijn.
Maar goed, over hem wil ik niet te veel aannames doen. Ik wil hem gewoon beter leren kennen, los van de vraag of hij hoogbegaafd is of niet. Al ben ik wel benieuwd of zijn tenen opnieuw kromtrekken als ik hem vertel waar ik me in mijn vrije tijd mee bezighoud.
Ik vond dit alleen opmerkelijk en stiekem ook wel leuk.