Positief stigma is ook stigma

“Maar over hoogbegaafdheid is toch geen stigma?”
Een vriend zei het laatst tegen me. Goedbedoeld, natuurlijk.
Hij ziet autisme door een lens van kwetsbaarheid: beperkingen, tekorten, hulpvragen. Hij ziet hoogbegaafdheid door de tegenovergestelde lens: talent, voordeel, potentieel, een reden om boven de rest uit te stijgen.
Beide beelden zijn onwaar.
Mensen met autisme zijn niet zielig. Mensen met hoogbegaafdheid staan niet boven anderen. We zijn gewoon mensen. Met sterke kanten en gebreken. Met dingen die vanzelf gaan en dingen die volledig blokkeren.
Soms heb je juist hulp nodig omdat je ergens goed in bent.
Stigma is ook: bang zijn dat jij meer bent
Stigma is niet alleen: “Ik vind jou minder.”
Stigma is ook: “Ik ben bang dat jij meer bent.”
Dat laatste is volgens mij de kern van veel stigma rondom hoogbegaafdheid. Men kijkt niet altijd op je neer, maar wel met argwaan naar je. Alsof je arrogant bent. Alsof je jezelf bijzonder vindt. Alsof je expres moeilijk doet.
Een zucht. Een flauw grapje. Een blik van: doe even normaal.
Voor je het weet, maak je jezelf kleiner. Je remt je tempo. Je dempt je enthousiasme. Je laat je eigen inzicht achterwege. Want als je te veel laat zien, reageert de ander onveilig.
Je leert bang te zijn om “te veel” te zijn.
Dat is óók stigma. Je wordt niet meer als mens gezien, maar als bedreiging.
Niet te weinig, maar te veel
Bij autisme is het stigma vaker: jij kunt minder. Bij hoogbegaafdheid is het stigma vaker: jij denkt dat je meer bent.
Allebei zijn ze verstikkend. Allebei zorgen ze ervoor dat je niet vrij wordt gezien.
Er ontstaat een destructief innerlijk conflict: ik mag mezelf niet helemaal laten zien, want dan ben ik te veel.
Te slim. Te intens. Te kritisch. Te snel. Te ingewikkeld.
Er ontstaat angst voor je eigen kracht, simpelweg omdat je hebt geleerd dat anderen daar onveilig op kunnen reageren.
De mythe van de alleskunner
Het pijnlijkste is misschien wel de aanname dat een hoog IQ garant staat voor succes. Alsof je, als je complexe systemen begrijpt, simpele taken automatisch ook moet kunnen. Maar zo werkt het niet.
Je kunt messcherp zijn in analyse en volledig vastlopen op herhaling. Je kunt razendsnel verbanden leggen en tegelijk uitgeput raken van praktische uitvoering.
Als je dan struikelt, gelooft niemand je.
Je worsteling wordt weggezet als een houding. Alsof je je te goed voelt voor gewone dingen. Alsof je niet wilt. Alsof je eerst maar eens nederig moet leren zijn.
Je moet je dan niet alleen bewijzen. Je moet je ook verdedigen tegen het beeld dat je er zelf schuldig aan bent.
De hulpvraag wordt verdacht gemaakt
Dit begint vaak al op school en zet zich later door in werk en re-integratie.
Een kind dat de stof snel snapt, krijgt al gauw het stempel: “Die redt zich wel.” De hulpvraag wordt niet herkend. Sterker nog: die wordt bestempeld als lui, brutaal, ongemotiveerd of arrogant.
Ook in mijn enquête onder 30 hoogbegaafden zag ik dit terug. Een ruime meerderheid heeft zich weleens of regelmatig geschaamd voor hun hoogbegaafdheid.
Ze doseren hun eigenheid. Ze houden zich in. Want de reactie is zelden: “Wat boeiend, vertel eens hoe dat voor jou werkt.” Het is vaker: “O, dus jij denkt zeker dat je beter bent?”
Je pijn wordt verdacht gemaakt. Je wordt weggezet als ondankbaar of aanstellerig omdat je “toch zoveel potentie hebt”.
Maar vastlopen is geen luxe. Je niet gezien voelen is geen luxe. Je voortdurend moeten aanpassen aan een beeld dat niet klopt, is geen luxe.
De gouden kooi
Veel hoogbegaafden houden hun mond. Ze herkennen zichzelf in het label, maar willen de lading niet dragen. Niemand wil arrogant gevonden worden. Niemand wil onrealistische verwachtingen op zijn schouders.
Niemand wil steeds moeten bewijzen dat je slim genoeg bent om het label waard te zijn, maar niet zó slim dat anderen zich ongemakkelijk gaan voelen.
Dat is geen vrijheid. Dat is een kooi met een gouden randje.
Echte verbinding is menselijk
Echte verbinding ontstaat niet wanneer iemand jou ziet als minder dan zichzelf. Maar ook niet wanneer iemand jou ziet als meer dan zichzelf.
Echte verbinding ontstaat pas wanneer iemand je aankijkt als mens. Met kracht én kwetsbaarheid. Niet als label. Niet als bedreiging. Niet als uitzondering die zich moet bewijzen.
Stigma rond hoogbegaafdheid is wel degelijk relevant. Het mechanisme is hetzelfde als bij elk ander stigma: je wordt niet meer vrij waargenomen. Er wordt al vóór jou ingevuld wie je bent.
Zodra iemand jou niet meer ziet, maar alleen nog het beeld dat hij van jou heeft, ben je iets wezenlijks kwijt.
Positief stigma is ook stigma. Punt.