Hoogbegaafdheid en faalangst: waarom falen soms zo ingewikkeld voelt

“Ik ken faalangst al zolang ik me kan herinneren,” vertelt Roos. “Alleen op het moment dat ik ergens voor mijn gevoel een experiment van maak, is mijn faalangst weg. Daarom bestaat mijn leven eigenlijk uit een hele reeks experimenten. Dan voelt het leuk. Dan voelt het licht. Dan voelt het als een plek waar ik mag proberen, mag falen en het opnieuw mag proberen.”
Roos zegt het rustig, bijna terloops. Alsof ze gaandeweg heeft ontdekt dat één woord alles kan veranderen. Noem iets een prestatie, en de spanning schiet omhoog. Noem iets een experiment, en er ontstaat ruimte.
Nieuwsgierig, maar niet zorgeloos
Dat raakt aan iets wat veel hoogbegaafden zullen herkennen. Hoogbegaafdheid en falen hebben namelijk een ingewikkelde verhouding. Aan de ene kant zijn veel hoogbegaafden nieuwsgierig, onderzoekend en autodidact. Ze willen dingen begrijpen, uitproberen, doorgronden en zelf ontdekken hoe iets werkt. Daar hoort mislukken automatisch bij. Wie echt iets nieuws probeert, komt onvermijdelijk momenten tegen waarop iets schuurt, stokt of nog niet klopt.
Aan de andere kant zijn veel hoogbegaafden gewend dat bepaalde dingen vanzelf gaan. Ze begrijpen sneller, leggen sneller verbanden of hebben minder uitleg nodig. Daardoor doen ze op sommige gebieden juist minder faalervaringen op. Ze hoeven minder vaak hulp te vragen, krijgen sneller het etiket “slim” opgeplakt en merken dat anderen hoge verwachtingen van hen hebben. In dat opzicht hebben ze van jongs af aan vaak minder oefening gehad in falen dan hun leeftijdsgenoten.
Als succes toch voelt als tekortschieten
Daar komt bij dat veel hoogbegaafden zelfkritisch en zelfbewust kunnen zijn. Ze kunnen de lat hoog leggen en zien haarscherp wat er beter, scherper of origineler had gekund. Daardoor kunnen ze iets wat een ander allang een succes zou noemen, zelf toch ervaren als tekortschieten.
En precies daar begint het ingewikkeld te worden.
Niet perfect willen lijken, maar zichtbaar oefenen
Roos denkt even na en gaat dan verder. “Het is niet zo dat ik me beter wil voordoen dan ik ben, of dat ik perfect wil lijken. Helemaal niet. Ik geef graag toe dat ik mijn kwetsbaarheden heb. Maar die kwetsbaarheid ook echt demonstreren, terwijl anderen toekijken, dat is toch weer iets anders.”
Ze merkt dat juist dát lastig is. Niet zeggen dat iets moeilijk is, maar het doen terwijl het nog moeilijk is. Niet achteraf vertellen dat je ergens onzeker over bent, maar op dat moment zichtbaar zoeken, stuntelen, proberen en opnieuw beginnen.
Feedback die te vroeg komt
“Ik weet niet precies waar het vandaan komt,” zegt Roos. “Maar als ik iets nog helemaal niet kan, oefen ik het liefst eerst in mijn eentje. Misschien komt het ook doordat mensen me tijdens het oefenen vaak niet de goede aanwijzingen geven. Ik merk dat anderen vaak op een andere manier leren dan ik. Dan bedoelen ze het goed, maar hun tips sluiten niet aan bij hoe mijn hoofd werkt.”
Juist daardoor oefent ze liever eerst alleen. Niet omdat ze geen feedback wil, maar omdat te vroege of niet-passende feedback haar uit haar eigen leerproces kan halen. Waar een ander misschien geholpen is met stap-voor-stap uitleg, heeft zij soms eerst ruimte nodig om zelf verbanden te leggen, te proberen, te verdwalen en pas daarna te begrijpen wat ze nodig heeft.
Op je eigen manier
Roos glimlacht. “Ik denk dat ik gewoon blijf experimenteren,” zegt ze. “Ik heb inmiddels geleerd dat ik daar veel meer ruimte voor mag nemen dan ik dacht. En natuurlijk doe ik dat gewoon lekker op mijn eigen manier. Zonder pottenkijkers.”
Ja heel herkenbaar, Je kan het goed maar dan toch nog die druk van anderen die over je schouder meekijken. En dan bang zijn dat jij het dan net niet goed doet, alleen al omdat het niet goed voelt omdat iemand in je aura staat. Het zelf uitzoeken en experimenteren door het niet volgen van een handleiding geeft toch ook veel meer voldoening dan dat het is voorgekauwd. Ik snap Roos wel.
Bedankt voor het delen,
Hoi Martijn, herkenbaar wat je schrijft. Juist zelf uitzoeken, proberen en experimenteren geeft veel hb’ers waarschijnlijk de meeste voldoening. Dan voelt het niet voorgekauwd, maar echt als iets van jezelf. En ja, iemand die over je schouder meekijkt, kan meteen druk geven. Dankjewel voor je reactie!