belevingidentiteitonderpresteren

​Hoogbegaafdheid en het impostersyndroom

​‘Ik durf eigenlijk bijna niet te zeggen dat ik hoogbegaafd ben,’ zegt Saskia.

​‘Want stel dat mensen vervolgens iets aan mij vragen wat ik niet weet? Of dat ik iets doms zeg? Dan denken ze vast: zie je wel, zij is helemaal niet hoogbegaafd.’

​We zijn in gesprek over wat het label hoogbegaafdheid voor haar betekent. Saskia herkent zich in bijna alles wat ze erover leest: de intensiteit, het snelle denken, de sterke behoefte aan inhoud en het gevoel dat ze zich haar hele leven heeft moeten aanpassen. Ook uit een assessment kwam dit naar voren. Toch voelt het woord voor haar te groot.

​Verstandelijk weet ze dat hoogbegaafdheid niet betekent dat je alles weet. Ze snapt dat ook hoogbegaafde mensen fouten maken, dingen vergeten of onderwerpen tegenkomen waar ze niets van afweten. Maar zodra ze het woord op zichzelf toepast, ontstaat er een andere norm. Dan voelt het alsof ze het moet waarmaken.

​De meetlat ligt ineens hoger

​Het impostersyndroom komt natuurlijk niet alleen bij hoogbegaafden voor. Veel mensen kennen de angst om door de mand te vallen. Ze krijgen een nieuwe baan en denken dat ze zijn overschat. Ze krijgen een compliment en schrijven het succes toe aan geluk of toeval. Of ze zijn bang dat anderen ontdekken dat ze minder deskundig zijn dan ze overkomen.

​Bij sommigen is dat gevoel tijdelijk, bijvoorbeeld in een nieuwe functie. Bij anderen keert het steeds terug, zelfs na jaren van uitstekende resultaten.

​Hoogbegaafdheid voegt daar nog een specifiek element aan toe: het beeld dat bij het woord hoort.

​Veel mensen denken bij hoogbegaafdheid aan wonderkinderen, genieën of ondernemers die op jonge leeftijd een imperium bouwen. Ze zien iemand voor zich die overal direct het juiste antwoord op weet en moeiteloos complexe problemen oplost. ​De meeste hoogbegaafden herkennen zichzelf daar totaal niet in.

​Ze ervaren hun manier van denken als normaal, omdat ze nooit een ander brein hebben gehad. De verbanden die zij leggen, voelen voor hen niet bijzonder. En wanneer een oplossing gemakkelijk ontstaat, lijkt die voor hun gevoel weinig waard te zijn.

​Tegelijkertijd zien ze van dichtbij wat er allemaal níét vanzelf gaat: hun uitstelgedrag, onafgemaakte plannen, twijfels en de dagen waarop er weinig uit hun handen komt. Van binnen voelen zij zich gewoon menselijk: soms scherp, vaak onzeker en rommelig.

​Saskia vertelt dat ze het eenvoudiger vindt als een ander zegt dat ze hoogbegaafd is. Dan is het een conclusie uit een onderzoek. Zelf zeggen: ‘Ik ben hoogbegaafd’ voelt alsof ze beweert dat ze uitzonderlijk slim is.

​Zodra ze het heeft uitgesproken, verwacht ze bijna dat er een test volgt.

​Wanneer gewone fouten bewijsstukken worden

​Dit is de kern van het impostersyndroom rondom hoogbegaafdheid: gewone menselijke fouten krijgen ineens een bijzondere betekenis.

​Als iemand die zichzelf niet als hoogbegaafd ziet een vraag verkeerd beantwoordt, is dat jammer. Een hoogbegaafde die twijfelt over het label, kan bij precies dezelfde fout denken: zie je wel, ik ben het toch niet.

​Een naam vergeten is dan geen gewone vergeetachtigheid meer. Een instructie niet begrijpen wordt een gebrek aan intelligentie. Vastlopen in een praktische taak voelt als het bewijs dat de conclusie niet klopt.

​Terwijl hoogbegaafdheid nooit heeft betekend dat alle cognitieve functies altijd op topniveau draaien. Hoogbegaafden zijn ook vermoeid, overprikkeld, afgeleid of ongeïnteresseerd. Ze kunnen net zo goed dyslexie, ADHD, autisme of dyspraxie hebben. Ze kunnen op het ene vlak uitzonderlijk sterk zijn en op het andere vlak matig functioneren.

​Intelligentie is geen optreden dat je voortdurend moet opvoeren. Je hoeft niet bij ieder gesprek het slimste antwoord te geven, en je verliest het label niet als je een periode weinig presteert.

​Toch kan dat wel zo voelen als het label nog niet vanzelfsprekend is.

​Zien hoeveel je nog niet weet

​Er is nog een reden waarom hoogbegaafde mensen gevoelig zijn voor het impostersyndroom: hun oog voor complexiteit.

​Hoe meer je over een onderwerp begrijpt, hoe beter je ziet hoeveel uitzonderingen, onzekerheden en open vragen er zijn. Een eenvoudig antwoord valt uiteen in meerdere mogelijkheden.

​Dat is intellectueel waardevol, maar het kan je onzeker maken.

​Iemand anders zegt met veel overtuiging hoe iets in elkaar zit. Jij ziet direct vijf haken en ogen, drie alternatieve verklaringen en een berg literatuur die je nog niet hebt gelezen. De ander komt zelfverzekerd over, terwijl jij vooral ervaart hoeveel je nog niet weet.

​Bovendien vergelijk je jouw eigen rommelige binnenkant met de gepolijste buitenkant van de ander. Van jezelf zie je de twijfel, de omwegen en de halfbakken ideeën. Van de ander zie je alleen de heldere eindconclusie.

​Daardoor voelt jouw resultaat al snel alsof het toeval was.

​Wat vanzelf gaat, telt niet mee

​Daar komt bij dat mensen hun eigen talenten gemakkelijk onderschatten als ze vanzelf spreken. Wat weinig inspanning kost, voelt niet als een bijzondere vaardigheid.

​Saskia zegt bijvoorbeeld dat ze helemaal niet goed is in analyseren. Als ik vraag waarom, antwoordt ze dat ze meestal meteen ziet waar een redenering niet klopt. Ze hoeft daar geen moeite voor te doen.

​Voor haar voelt het daarom niet als een kwaliteit. Ze neemt aan dat iedereen dat ziet.

​Pas wanneer ze merkt dat anderen de tegenstrijdigheid niet hadden opgemerkt, beseft ze dat haar waarneming afwijkt. Maar zelfs dan heeft ze moeite om er waarde aan te hechten — ze heeft er immers niet hard voor hoeven werken.

​Het zelfbeeld groeit daardoor scheef. De sterke kanten worden gezien als normaal of toevallig. De moeite en de fouten worden gezien als bewijs van wie iemand ‘werkelijk’ is.

​Een compliment wordt snel afgezwakt (“iedereen had dit kunnen bedenken”), terwijl een fout wél diep wordt opgeslagen.

​De angst om er opnieuw niet bij te horen

​Bij hoogbegaafdheid gaat het impostersyndroom vaak over meer dan prestaties. Het raakt aan een oud gevoel van anders zijn.

​Veel hoogbegaafden hebben in hun jeugd of werk ervaren dat hun manier van denken, hun intensiteit of hun interesses niet goed aansloten. Ze moesten zich inhouden, werden niet begrepen of voelden zich een buitenstaander.

​Wanneer je eindelijk een plek of label vind waarin je ervaringen wel kloppen, roept dat zowel hoop als spanning op.

​Juist omdat je er graag wilt thuishoren, ontstaat de angst dat het je weer wordt afgenomen. Ben ik wel hoogbegaafd genoeg? Denk ik wel snel genoeg? Straks ontdekken ze dat ik ook hier niet pas.

​Het impostersyndroom gaat dan niet alleen over de angst om niet goed genoeg te zijn, maar raakt aan een diepere vraag: ben ik hier werkelijk welkom?

​Hoogbegaafdheid is geen prestatie

Misschien helpt het om hoogbegaafdheid minder te zien als iets wat je moet waarmaken. Het is geen titel die je krijgt nadat je voldoende bijzondere dingen hebt gepresteerd. Het is ook geen belofte dat je altijd verstandig, succesvol of indrukwekkend zult zijn. Het zegt iets over je cognitieve mogelijkheden en over de manier waarop je informatie verwerkt.

Hoe die mogelijkheden in je leven tot uiting komen, hangt van veel meer af. Onderwijs, gezondheid, veiligheid, motivatie, kansen en de omgeving waarin je terechtkomt, spelen allemaal een rol. Ook andere eigenschappen kunnen bepalen wat je wel en niet van je intelligentie kunt laten zien.

Daarom kan iemand hoogbegaafd zijn en tegelijkertijd vastlopen. Je kunt ingewikkelde theorieën snel begrijpen en moeite hebben met administratie. Je kunt scherpe analyses maken en in een praktisch probleem volledig het overzicht verliezen. Je kunt jarenlang onder je niveau functioneren zonder dat dit iets verandert aan je cognitieve vermogen.

Aan het einde van ons gesprek zegt Saskia dat ze het nog steeds ongemakkelijk vindt om zichzelf hoogbegaafd te noemen. Dat is ook niet ineens opgelost. Wel ziet ze nu beter dat haar ongemak vooral ontstaat door alles wat zij aan het woord koppelt.

Ze hoeft niet eerst te bewijzen dat ze slim genoeg, succesvol genoeg of bijzonder genoeg is. Hoogbegaafdheid is geen conclusie over alles wat ze kan en al helemaal geen voorspelling van wat ze met haar leven zal bereiken.

Het is informatie over hoe haar hoofd werkt. Niet meer dan dat, maar ook niet minder.

LATEN WE CONTACT HOUDEN!

Meld je aan voor mijn nieuwsbrief! 😎

We spammen niet! Lees ons privacybePrivacy bij de nieuwsbriefleid voor meer info.

Hi, I’m Nicole Geene

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *