asynchroon profielHB kenmerkenidentiteit

Creatief begaafd: te creatief voor de analytici, te analytisch voor de creatieven

Ik schreef eerder al over creatieve begaafdheid en de kenmerken daarvan. Inmiddels gebruik ik liever de term creatief begaafd. Die voelt breder en past beter bij wat ik ermee bedoel.

Onlangs had ik een gesprek met iemand die zichzelf omschreef als zowel analytisch als creatief. In analytisch werk kreeg ze regelmatig te horen dat haar ideeën te creatief waren. In creatieve omgevingen was ze juist weer te analytisch. Dat vond ik opvallend herkenbaar.

Creatief begaafd of creatief hoogbegaafd?

Creatief begaafd en creatief hoogbegaafd zijn niet helemaal hetzelfde.

Bij creatief hoogbegaafd ga je ervan uit dat iemand ook hoogbegaafd is. Dat hoeft niet altijd eenvoudig meetbaar te zijn. Zeker bij een ongelijk profiel kunnen prestaties op een intelligentietest behoorlijk verschillen. Maar er is dan wel herkenning in kenmerken die bij hoogbegaafdheid horen: snel en complex denken, veel verbanden zien, sterke nieuwsgierigheid en behoefte aan diepgang.

Creatief begaafd is breder. Ook mensen die niet hoogbegaafd zijn kunnen sterk divergent denken, snel nieuwe verbanden leggen en een sterke behoefte hebben om te creëren. Dat associatieve, divergente denken zie je bijvoorbeeld ook relatief vaak terug bij ADHD. Ook daar kan het snel schakelen tussen ideeën bijdragen aan creatieve mogelijkheden, zonder dat er sprake hoeft te zijn van hoogbegaafdheid. Er is dus veel overlap, maar hoogbegaafdheid is geen voorwaarde.

Begaafd in creëren

Een belangrijk kenmerk van creatief begaafden is dat ze niet alleen creatief denken, maar vaak ook echt begaafd zijn in creëren.

Er zit een behoefte om iets nieuws te maken. Dat kan van alles zijn: een nieuwe methode bedenken, een begrip introduceren, een app bouwen, een dans maken, een theoretisch model ontwikkelen of een compleet nieuwe manier vinden om iets aan te pakken.

Dat hoeft dus helemaal niet kunstzinnig te zijn. Ik heb mezelf bijvoorbeeld nooit als extreem creatief gezien in de klassieke betekenis. Ik schilder niet bijzonder goed en heb ook weinig behoefte om uren te borduren of andere dingen te doen die snel als creatief worden gezien. Maar ook in onderzoek kan enorm veel creativiteit zitten. Nieuwe verbanden leggen, disciplines combineren, een test ontwikkelen, een onverwachte methode inzetten of een nieuw construct bedenken: ook dat is creëren.

Die behoefte hoeft bovendien niet altijd zichtbaar te worden. Soms blijven ideeën jarenlang vooral in het hoofd bestaan. Er ontstaan modellen, plannen, verbanden en mogelijkheden waarvan maar een klein deel uiteindelijk wordt uitgevoerd. Maar het willen creëren zit er wel, ook als het scheppen zelf uitblijft. Juist zulke onuitgevoerde ideeën kunnen in een niet-passende omgeving worden aangezien voor gebrek aan motivatie, terwijl ze eigenlijk wachten op ruimte om uitgewerkt te worden.

Niet creatief óf analytisch

Tegelijkertijd gaat creatief begaafd niet alleen over divergent denken. Er zit vaak ook analytische scherpte in. De behoefte om iets te begrijpen, uit te pluizen en te structureren. Niet alleen een idee bedenken, maar ook willen weten hoe het precies zit. Niet alleen een test maken, maar ook nadenken over wat je eigenlijk meet. Niet alleen een theorie bouwen, maar ook willen zien of die logisch in elkaar zit.

De creatieve kant vraagt: wat kan er nog meer?

De analytische kant vraagt: hoe zit dit werkelijk in elkaar?

Juist die combinatie maakt het profiel interessant. Je kunt bestaande structuren diep begrijpen en tegelijkertijd zien hoe het anders kan. En precies daar kan het gaan botsen met de omgeving.

Te creatief voor de analytische wereld

In sterk analytische omgevingen ligt vaak veel nadruk op zorgvuldig werken binnen bestaande methoden, kaders en procedures. Daar is op zichzelf niets mis mee. Maar iemand die voortdurend nieuwe mogelijkheden ziet, wil soms niet alleen goed uitvoeren wat er al ligt. Die wil ook verbeteren, combineren, veranderen of iets nieuws toevoegen.

Misschien kan een methode efficiënter, misschien kunnen twee modellen worden samengebracht, misschien is een andere tool geschikter, of ontbreekt er zelfs een begrip voor wat je probeert te beschrijven. Juist datgene wat iemand sterk maakt, kan dan worden ervaren als te associatief, te eigenzinnig of te experimenteel. Maar het omgekeerde kan net zo goed gebeuren.

Te analytisch voor de creatieve wereld

In een sterk creatieve omgeving mag een idee soms gewoon bestaan. Er hoeft niet onmiddellijk onderzocht te worden of het klopt, hoe het precies gedefinieerd moet worden of binnen welk theoretisch kader het past.

En dan ben jij misschien degene die wél onderscheid wil maken tussen twee begrippen, structuur probeert aan te brengen of een spontaan idee ineens wil testen. Daardoor kun je in beide werelden nét niet helemaal passen. Niet omdat je ertussenin hangt, maar omdat je beide manieren van denken tegelijk gebruikt.

Geel én blauw

Ik moest daar onlangs opnieuw aan denken tijdens een gesprek over DISC. Heel grof weergegeven werd geel daarin gekoppeld aan creativiteit en ideeën, en blauw aan analytisch en precies denken.

Ik zei dat ik mezelf eigenlijk behoorlijk geel én behoorlijk blauw vind.

Iemand merkte op dat die twee typen elkaar juist behoorlijk lastig kunnen vinden. Dat vond ik vooral als metafoor interessant. Want als je beide kanten sterk in jezelf hebt, kunnen ze elkaar enorm versterken, maar soms ook tegenwerken.

De ene kant wil vrijheid, snelheid en nieuwe mogelijkheden. De andere wil begrijpen, ordenen en controleren of iets klopt.

En precies op dat snijvlak kan innerlijke spanning ontstaan.

Nergens helemaal bij horen

Wie voortdurend tussen deze twee werelden beweegt, ontwikkelt vaak ook een gevoel over zichzelf. Niet alleen “ik pas hier niet helemaal”, maar iets fundamentelers: het idee dat er iets mis is met de manier waarop je in elkaar zit.

Analytische mensen noemen je dan al snel chaotisch of afdwalend. Creatieve mensen noemen je rigide of te kritisch. Geen van beide etiketten dekt de lading, maar ze stapelen zich wel op. Het resultaat is dat mensen met dit profiel zichzelf vaak gaan zien als een soort hybride die nergens volledig bij hoort, in plaats van als iemand die twee sterke vermogens tegelijk heeft. Het praktische probleem is dan niet meer alleen dat de omgeving niet goed past. Langzaam kan ook het idee ontstaan dat er iets mis is met jezelf.

Onderpresteren? Of past de omgeving gewoon niet?

Die spanning tussen de twee kanten, en het zelfbeeld dat daaruit ontstaat, vertaalt zich op school en werk vaak naar iets heel concreets: iemand met veel mogelijkheden, ideeën en cognitieve kracht laat daar relatief weinig van zien. En dan verschijnt al snel het woord onderpresteren.

Ik vind dat vaak een misleidende term. Het suggereert dat iemand eigenlijk heel goed binnen het bestaande systeem zou kunnen functioneren, als hij maar gemotiveerder was, beter in zijn vel zat of eindelijk eens liet zien wat erin zit.

Maar soms past het systeem gewoon slecht. Veel standaardomgevingen zijn ingericht op voorspelbaarheid, vaste rollen, bestaande procedures en het goed uitvoeren van wat al bedacht is. Voor iemand die juist sterk is in zelf denken, combineren, veranderen en creëren kan dat een fundamentele mismatch zijn.

Dan gaat het niet alleen om iemand die zijn mogelijkheden onvoldoende benut. Misschien zijn die mogelijkheden juist moeilijk zichtbaar binnen een omgeving die weinig ruimte geeft aan precies datgene waarin iemand uitblinkt.

Dat vraagt dan niet per se om harder aanpassen of nog beter leren functioneren binnen het bestaande systeem. Soms is een andere omgeving nodig. Meer autonomie. Meer ruimte om iets zelf vorm te geven. Meer vrijheid om niet alleen uit te voeren, maar ook te bouwen.

Dat is uiteindelijk de kern van creatief begaafd zijn: niet alleen goed kunnen denken over wat er is, maar steeds weer iets willen maken wat er nog niet was.

Hi, I’m Nicole Geene

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *