Ben ik hoogbegaafd, of ben ik vooral een conceptueel denker?

Ik vraag me al heel lang af wat hoogbegaafdheid nu eigenlijk precies is. En misschien nog wel meer: wat het bij míj betekent.
Ik herken bij mezelf namelijk een sterke neiging tot abstract denken. Soms ook associatief, maar vooral abstract in patronen, in systemen, in hoe dingen met elkaar samenhangen. Ik koppel graag verschillende ideeën, theorieën en ervaringen aan elkaar. Regelmatig zie ik verbanden die voor anderen onverwacht lijken. Al gebeurt het ook dat ik iets lees — bijvoorbeeld uit de objectrelatietheorie — en meteen denk: hé, maar dit sluit precies aan bij hoe ik al dacht. Alsof ik iets terugvind wat in mijn hoofd al bestond, maar nog geen naam had.
Dat roept bij mij de vraag op: is dit een vorm van hoogbegaafdheid?
Ik weet het niet zeker. Juist omdat het zo ongelijk verdeeld voelt. Op sommige vlakken ervaar ik mezelf als scherp, snel en diepdenkend. Maar zet mij op een pubquiz en ik weet soms verrassend weinig. Dan kan ik me ook gewoon echt dom voelen. Alsof mijn hoofd op het ene terrein overuren draait, en op het andere nergens te bekennen is.
Misschien maakt dat het ook zo ingewikkeld. Hoogbegaafdheid wordt vaak voorgesteld alsof het betekent dat je “veel kunt” of “veel weet”. Maar zo ervaar ik het helemaal niet. Wat ik eerder herken, is een bepaald soort denken: conceptueel, patroonmatig, systemisch. Een manier van waarnemen waarbij losse dingen zich bijna vanzelf aan elkaar rijgen tot een groter geheel.
En tegelijk vraag ik me af: wat héb je daar eigenlijk aan, in het dagelijks leven?
Lang niet altijd evenveel.
Abstract en verbindend denken is prachtig, maar het is niet automatisch praktisch. Het helpt niet per se bij alledaagse taken, snelle feitjes of directe toepasbaarheid. Voor mij voelt het vaak alsof ik eerst een enorme hoeveelheid informatie moet verzamelen — uit allerlei hoeken van het universum — voordat er innerlijk iets begint te ordenen. Pas daarna komt er soms een moment waarop mijn brein zegt: nu is er iets zinvols ontstaan, nu is er een antwoord waar we echt iets mee kunnen. Alsof ik eerst heel ver weg moet reizen, voordat ik weer op aarde kan landen met iets bruikbaars.
Dat proces vind ik mooi en fascinerend. Ik haal er ook veel uit. Het liefst zou ik het vaker delen met anderen. Maar juist dat delen is soms lastig, omdat mijn denken vaak eerst een lange, onzichtbare aanloop nodig heeft. Veel verzamelen, veel laten sudderen, veel innerlijk verbinden — en pas dan ontstaat er iets wat taal kan worden.
Onlangs belandde ik op de website van Your Evolving Self. Daar las ik over uitzonderlijke hoogbegaafdheid, en ineens viel er iets op zijn plaats. In het artikel Uitzonderlijk hoogbegaafd: marching to a different drum wordt een onderscheid gemaakt tussen “gewone” hoogbegaafdheid en uitzonderlijke hoogbegaafdheid. UHB wordt daarin niet alleen beschreven als méér intelligentie in kwantitatieve zin, maar ook als een kwalitatief andere manier van denken: systemisch, non-lineair, complex en meta-reflectief.
Dat raakte me.
Vooral het stuk over de complexiteit van denken. Daar wordt beschreven dat uitzonderlijk hoogbegaafde mensen niet simpelweg moeilijkere opdrachten nodig hebben, maar ruimte om te filosoferen, ontwerpen, onderzoeken en hun eigen denkroute te volgen. Hun denken verloopt vaak niet lineair, maar via sprongen, zijpaden, onverwachte koppelingen en een onderliggende structuur die voor henzelf volkomen logisch is, maar voor anderen moeilijk te volgen.
Dat herken ik sterk.
Mijn denken voelt zelden als stap 1, stap 2, stap 3. Eerder als een netwerk dat zich uitbreidt terwijl ik bezig ben. Ik verzamel informatie uit allerlei richtingen, laat die inwerken, koppel dingen aan elkaar en kom soms ineens uit bij een inzicht waarvan ik niet altijd direct kan uitleggen hoe ik er gekomen ben. Niet omdat het willekeurig is, maar juist omdat er zóveel tussenstappen in mijn hoofd plaatsvinden dat ze niet makkelijk in gewone taal terug te brengen zijn.
In hetzelfde artikel wordt daarvoor de term Mind Matrix gebruikt: een zelfgeconstrueerd netwerk van associaties, meta-links, analogieën, patronen en kaders, waarmee een hoogbegaafde geest complexiteit probeert te begrijpen. Hoe hoger het niveau van begaafdheid, zo stelt de auteur, hoe uitgebreider, autonomer en meta-reflectiever die matrix wordt.
Misschien is dat wel het woord dat ik zocht.
Wat ik minstens zo intrigerend vind, is dat ik deze manier van denken ook bij anderen meen te herkennen. Bijvoorbeeld in mijn werk bij de Herstelacademie ontmoet ik mensen die ook sterk geneigd zijn om abstract te denken. Mensen die de diepte in willen, die verbanden zien, die grote vragen stellen. Maar ik zie ook dat sommigen daarin kunnen verdwalen. Dat de neiging tot abstractie er wel is, maar dat het niet altijd goed geïntegreerd raakt. Alsof iemand in de complexiteit terechtkomt, zonder voldoende houvast om er weer uit te komen. En dat kan heftig zijn; je kunt daar letterlijk gek van worden.
Misschien is dat wel een kern van hoogbegaafdheid: de capaciteit om grote complexiteit en abstractie te verdragen zonder erin te verdwijnen.
Dat vind ik misschien nog wel het meest fascinerend: waar zit precies het verschil tussen abstract denken als kracht, en abstract denken als iets waarin je verdwijnt? Wanneer is het een talent, wanneer wordt het een valkuil? En hoe verhoudt dat zich tot hoogbegaafdheid?
Ik ben daar nog lang niet uit.
Wat ik wél steeds duidelijker merk, is dat ik mezelf herken in de term conceptueel denker. Die term past op dit moment beter bij mij dan een label waar meteen allerlei verwachtingen aan hangen. Het zegt iets over hoe mijn geest beweegt: niet per se sneller, beter of slimmer in algemene zin, maar wel sterk gericht op samenhang, betekenis, patronen en diepere structuren.
Misschien is dat voor nu wel genoeg.
Geen definitief antwoord, maar wel iets dat bij mij past, voor nu.
En misschien ook een uitnodiging: aan anderen die zich hierin herkennen. Aan mensen die niet per se uitblinken in alles, niet overal meteen praktisch in zijn, maar wel voortdurend verbanden leggen, systemen zien en zoeken naar een dieper kloppend geheel.
Ik zou die mensen graag meer willen vinden.
Mensen die zichzelf misschien ook geen klassieke “hoogbegaafde” noemen, maar die wel herkennen hoe het is om conceptueel te denken. Om eerst de wereld in duizend stukjes te verzamelen en pas later te voelen: ja, nu valt het samen.
Link naar het artikel wat ik benoemde: