Hoogbegaafdheid pas later ontdekken: hoe kan dat eigenlijk?

Op het eerste gezicht vreemd
Sinds ik me meer in hoogbegaafdheid verdiep, spreek ik regelmatig mensen die daar pas op latere leeftijd achter zijn gekomen. Hoogbegaafdheid pas later ontdekken komt vaker voor dan je misschien zou denken. Maar hoe kan het eigenlijk dat mensen zoiets wezenlijks niet eerder van zichzelf doorhebben?
Op het eerste gezicht is dat best een vreemde gedachte. Je bent tenslotte al je hele leven jezelf. Het is niet alsof hoogbegaafdheid er ineens op je veertigste bij komt. Dus hoe kan het dan dat iemand daar pas veel later woorden voor vindt? Verberg je dan je slimheid? Ga je alleen maar om met slimme mensen, waardoor het niet opvalt? Of zit het toch ingewikkelder dan dat?
Jezelf voelt gewoon normaal
Ik denk om te beginnen dat de meeste mensen zichzelf eigenlijk als heel gewoon beschouwen. Dat hangt natuurlijk ook wel een beetje af van hoeveel zelfvertrouwen je hebt en hoe je zelfbeeld eruitziet. Als je een goed zelfbeeld hebt, vind je jezelf in een heleboel dingen misschien net iets beter dan gemiddeld. Met een slecht zelfbeeld juist minder. Maar over het algemeen nemen mensen zichzelf en hun eigen manier van waarnemen gewoon voor lief. Je denkt niet de hele dag: goh, wat ik nu doe of zie is bijzonder. Je denkt gewoon: dit is normaal.
En dat is ook logisch. Want hoe moet je echt goed kunnen vergelijken hoe jij denkt met hoe een ander denkt? Van binnenuit voelt je eigen manier van waarnemen nu eenmaal als de standaard. Je kunt je best voorstellen dat iemand anders ergens meer moeite mee heeft of juist minder, maar hoeveel sneller of dieper jij denkt dan een ander, dat voel je zelf niet als verschil. Dat voel je als jezelf.
Zelfbeeld ontstaat in contact
Misschien heeft zelfbeeld ook wel verrassend weinig te maken met hoe intelligent je echt bent, of hoe goed je ergens daadwerkelijk in bent. Misschien heeft het veel meer te maken met je omgeving. Met hoe mensen op je reageren, of ze je begrijpen, en of jij het gevoel krijgt dat wat jij van nature meebrengt er ook mag zijn.
Dan kun je natuurlijk zeggen: ja, maar mensen in je omgeving merken dat toch ook op? Die zeggen toch weleens: wat slim bedacht, of: daar ben jij echt goed in. En deels is dat natuurlijk ook zo. Maar daar weet je nog steeds niet zoveel van. Want hoe vaak zeggen mensen dat ook tegen anderen? Hoe bijzonder is zo’n opmerking eigenlijk echt? En bovendien: dat iemand zegt dat je slim bent, betekent nog niet meteen dat jij denkt: dan hoor ik dus blijkbaar bij de bovenste paar procent.
Bij mijzelf werd hoogbegaafdheid als kind ook al eens genoemd. Maar ik weigerde dat gewoon te geloven. Het paste totaal niet bij hoe ik mezelf zag. En misschien zegt dat ook al genoeg: dat iets benoemd wordt, betekent nog niet dat je het ook echt kunt aannemen.
Slim zijn wordt niet altijd fijn gespiegeld
Wat me ook wel opvalt, is dat intelligentie vaak niet heel rechtstreeks benoemd wordt. Mensen zeggen lang niet altijd gewoon eerlijk dat iemand slimmer is dan zij. Niet iedereen heeft daar moeite mee, maar over het algemeen vinden mensen het toch prettig als ze zelf gelijk hebben, of zelf het beste weten. En als een ander sneller denkt, eerder ziet wat er niet klopt, of met een beter idee komt, kan dat ook ongemak of jaloezie oproepen.
Dus het is helemaal niet gezegd dat je als hoogbegaafd kind of volwassene voortdurend positieve spiegeling krijgt.
Sterker nog, juist de kenmerken die met hoogbegaafdheid samen kunnen hangen, zoals snel denken, creatief zijn, kritisch zijn, dingen snel doorzien en graag iets willen verbeteren, worden lang niet altijd in dank afgenomen. Mensen kunnen daar best heftig op reageren. Soms openlijk, soms subtieler. Denigrerend, afwerend, geïrriteerd. En als je zelf niet begrijpt waarom mensen zo op je reageren, dan trek je daar misschien heel andere conclusies uit. Dan denk je niet: blijkbaar zie ik veel. Dan denk je eerder: ze vinden me lastig, ik pak het verkeerd aan, ik doe iets fout.
Ik heb zelfs hoogbegaafde mensen gesproken die lange tijd dachten dat ze dom waren. Juist doordat ze zo vaak op onbegrip stuitten, of op negatieve reacties. En ook gewoon doordat ze zichzelf niet herkenden in het clichébeeld van hoogbegaafdheid.
Het beeld klopt vaak niet
Want dat speelt ook mee. Veel mensen hebben nog steeds een vrij eenzijdig beeld van wat hoogbegaafdheid is. Alsof het altijd zichtbaar moet zijn in schoolprestaties, een indrukwekkende carrière, een groot zelfvertrouwen of een soort vanzelfsprekende glans. Terwijl het in werkelijkheid ook heel anders eruit kan zien. Iemand kan diep nadenken en tegelijk enorm aan zichzelf twijfelen. Iemand kan complexe dingen snel snappen en toch vastlopen op simpele routines. Iemand kan veel potentie hebben en zich toch mislukt voelen.
Mismatch maakt onzeker
Daar komt nog iets bij: mismatch. Als jij veel dieper nadenkt of al veel verder bent in je hoofd, en de mensen om je heen zitten op een heel andere golflengte, dan geeft dat niet alleen verwarring in gesprekken. Het kan ook onzeker maken. Soms bedoelen mensen het helemaal niet verkeerd. Soms zijn ze niet jaloers en willen ze je ook niet klein maken. Ze begrijpen je gewoon echt niet. Zij geven een antwoord dat voor hen logisch is, terwijl jij intussen alweer drie stappen verder bent, of nog met een veel fundamentelere laag bezig bent.
Als dat vaak gebeurt, ga je niet vanzelf denken: wat bijzonder dat ik zo denk. Je gaat eerder denken: waarom lukt het niet om aansluiting te vinden? Waarom begrijpt niemand wat ik bedoel? Waarom voel ik me zo vaak anders?
En als je als mens weinig echte aansluiting ervaart, doet dat bijna altijd iets met je zelfvertrouwen. Mensen zijn nu eenmaal sociale wezens. Hoe graag we soms ook willen denken dat we niemand nodig hebben, volgens mij heeft iedereen in zekere zin bevestiging nodig uit de omgeving. Niet overdreven veel misschien, maar wel genoeg om te voelen: ik ben begrijpelijk, ik pas ergens, ik mag er zijn zoals ik ben. Als dat ontbreekt, of als je steeds merkt dat jouw manier van denken niet goed landt, dan kan het best zijn dat je juist gaat twijfelen aan jezelf.
Misschien denk je dan eerder: ik ben blijkbaar niet zo slim. Of: als ik slim was, zou het allemaal toch makkelijker moeten gaan.
Het kwartje valt pas later
En juist daar gaat het vaak mis. Want hoogbegaafdheid voelt van binnen niet als een etiket. Het voelt vaak eerder als verwarring, verveling, intensiteit, anders zijn, veel zien, weinig aansluiting, en soms ook uitputting. Zeker als er daarnaast ook nog andere dingen meespelen, zoals onzekerheid, perfectionisme, onderpresteren, overprikkeling of een negatief zelfbeeld.
Dus hoe gaat dat lichtje dan toch aan?
Volgens mij meestal niet doordat iemand ineens denkt: hé, ik ben briljant. Eerder doordat iemand eindelijk woorden vindt voor iets waar die al heel lang mee rondloopt. Omdat losse ervaringen ineens samen een patroon vormen. Niet alleen de sterke kanten, maar ook de moeilijke.
Dan valt het kwartje niet per se bij één compliment of één testuitslag, maar bij de optelsom. Bij het herkennen van een bepaald soort denken. Snel verbanden leggen. Je vervelen zonder lui te zijn. Vastlopen op dingen die simpel lijken. Je anders voelen zonder precies te begrijpen waarom. Het gevoel hebben dat je veel ziet, maar toch niet goed uit de verf komt.
Dan wordt hoogbegaafdheid niet alleen een woord voor wat goed gaat, maar ook een verklaring voor waarom sommige dingen juist zo moeilijk waren.
Iets ouds eindelijk begrijpen
En misschien is dat wel waarom hoogbegaafdheid pas later ontdekken voor veel mensen helemaal niet zo vreemd is als het op het eerste gezicht lijkt. Niet omdat ze blind waren voor zichzelf, maar omdat ze er jarenlang geen goede taal voor hadden. Omdat ze zichzelf als normaal zagen. Omdat de omgeving het niet goed spiegelde. Omdat hoogbegaafdheid vaak minder zichtbaar is dan mensen denken.
Misschien ontdekken mensen dan niet ineens iets nieuws over zichzelf. Misschien begrijpen ze eindelijk iets wat er al die tijd al was.