Hoogbegaafdheid en verslaving: waar verlies jij jezelf in?

Verslaving komt bij hoogbegaafden niet vaker voor dan bij andere mensen. Maar de redenen waarom een hoogbegaafd persoon naar alcohol, nicotine, slaapmiddelen, drugs of een andere vorm van verdoving grijpt, kunnen soms wel specifiek samenhangen met hoogbegaafdheid.
Denk aan een hoofd dat maar moeilijk tot stilstand komt. Aan emoties en indrukken die intens binnenkomen. Aan de behoefte om nieuwe ervaringen niet alleen te begrijpen, maar ook zelf te ondergaan. Of aan het vermogen om zo volledig op te gaan in werk, sport, gamen of analyseren dat stoppen moeilijker wordt dan doorgaan.
Dat betekent niet dat hoogbegaafdheid vanzelf tot verslavende patronen leidt. Wel kan het verklaren waarom een bepaald middel of gedrag voor iemand zo aantrekkelijk wordt en welke functie het begint te vervullen.
Laten we daarom niet alleen kijken naar de vraag waaraan iemand verslaafd kan raken, maar vooral naar de vraag: wat probeert iemand ermee te bereiken?
Een intens systeem zoekt regulatie
Voor een intens systeem is het essentieel om te leren zichzelf te reguleren.
Veel hoogbegaafden kennen de gevoeligheid, de scherpte en de drukte in hun hoofd. Overdag kan dat juist een kracht zijn. Je neemt veel waar, legt snel verbanden en kunt diep opgaan in wat je bezighoudt. Maar die intensiteit verdwijnt niet automatisch wanneer de dag voorbij is.
Vooral ’s avonds kan alles wat overdag nog richting had, in je hoofd blijven rondbewegen. Gedachten gaan verder, indrukken komen terug en nieuwe ideeën dienen zich aan op het moment dat je eigenlijk wilt slapen. Een middel kan dan aantrekkelijk worden omdat het de scherpte tijdelijk vermindert of de overgang naar rust gemakkelijker maakt.
Dat herken ik ook bij mezelf. De intensiteit, gevoeligheid, de drukte in mijn hoofd en het moeilijk kunnen afschakelen voordat ik ga slapen. En soms ook het gevoel dat het lastig is om alles wat er in mij speelt echt met iemand te delen.
Dat laatste kan veel verschil maken. Wanneer je iemand hebt met wie je je gedachten en ervaringen kunt delen, hoeft de intensiteit niet alleen door jou gedragen te worden. Wanneer die gelijkgestemdheid ontbreekt, kan de behoefte groter worden om jezelf op een andere manier tot rust te brengen.
Niet omdat je jezelf volledig wilt verdoven, maar omdat je systeem ergens naartoe moet met alles wat het opvangt.
De hoogfunctionerende hoogbegaafde
Bij verslaving denken we al snel aan iemand die afspraken mist, zijn werk verwaarloost of zichtbaar de controle over zijn leven verliest. Maar middelengebruik kan ook lange tijd verborgen blijven achter goed functioneren.
Dat zie ik ook regelmatig bij hoogbegaafden om mij heen. Thomas, iemand met wie ik vorige week een gesprek had, vertelde bijvoorbeeld dat hij op sommige avonden veel meer drinkt dan goed voor hem is. Hij gaat laat naar bed, slaapt slecht en wordt de volgende ochtend uitgeput wakker.
Toch zit hij de volgende dag gewoon weer op zijn werk. Hij leidt een vergadering, lost ingewikkelde problemen op en levert af wat er van hem wordt verwacht. Zijn collega’s merken misschien dat hij wat stiller is of er vermoeid uitziet, maar niemand ziet wat er de avond ervoor is gebeurd.
Dat is wat ik bedoel met de hoogfunctionerende hoogbegaafde. Niet iemand bij wie het gebruik geen gevolgen heeft, maar iemand die die gevolgen zo goed weet op te vangen dat ze voor de buitenwereld nauwelijks zichtbaar worden.
Intelligentie, verantwoordelijkheidsgevoel, planning en zelfcontrole kunnen ervoor zorgen dat het leven aan de buitenkant blijft draaien. Je weet wat er van je wordt verwacht, kunt jezelf ergens doorheen trekken en bent misschien zelfs op een slechte dag nog in staat om ingewikkeld werk te verrichten.
Juist daardoor kan een ongezond patroon lang verborgen blijven. Voor anderen, maar soms ook voor jezelf. Zolang je blijft werken, je afspraken nakomt en niemand aan de bel trekt, kun je gemakkelijk denken dat het kennelijk nog wel meevalt.
Maar goed functioneren betekent niet dat het gebruik geen probleem vormt. Soms betekent het vooral dat iemand uitzonderlijk goed is geworden in het opvangen en verbergen van de gevolgen.
De vraag is daarom niet alleen of je nog kunt werken en je verplichtingen nakomt. De vraag is ook hoeveel energie, herstel en zelfzorg je inmiddels opoffert om dat beeld overeind te houden.
Nieuwsgierigheid en openheid voor ervaringen
Hoogbegaafden zijn vaak niet alleen nieuwsgierig naar ideeën. Ze willen soms ook weten hoe een ervaring van binnenuit voelt.
Je kunt natuurlijk lezen over een andere manier van leven, een bijzondere bewustzijnstoestand of het effect van een bepaald middel. Maar voor sommige mensen blijft er dan toch een vraag bestaan: hoe zou dit werkelijk zijn? Wat gebeurt er met mijn waarneming, mijn gedachten of mijn gevoel wanneer ik het zelf ervaar?
Die openheid voor ervaringen kan iemand naar nieuwe kennis, kunst, culturen en mensen brengen. Maar ze kan ook de drempel verlagen om middelen uit te proberen.
Dat herken ik bij mezelf. Zeker toen ik jonger was, wilde ik sommige ervaringen niet alleen begrijpen, maar ook zelf meemaken. Ik was nieuwsgierig naar wat een middel met mijn bewustzijn zou doen en hoe ver mijn gewone manier van waarnemen kon veranderen. Daarbij heb ik soms op de rand gebalanceerd.
Tegelijkertijd ben ik gevoelig. Ik heb vaak niet veel van een middel nodig om het effect duidelijk te voelen. Mijn systeem reageert snel en sterk. Dat kan een beschermende factor zijn, omdat grote hoeveelheden mij niet snel aantrekkelijk lijken. Maar het betekent ook dat een kleine hoeveelheid al precies kan doen wat ik op dat moment zoek: de scherpte verminderen, mijn stemming veranderen of een andere ervaring mogelijk maken.
Nieuwsgierigheid is op zichzelf geen probleem. Het is een belangrijke bron van ontwikkeling. Maar het kan er wel voor zorgen dat je een deur opent waarvan je vooraf nog niet weet welke plaats die ervaring later in je leven zal krijgen.
De observerende positie
Wat mij tijdens sterke ervaringen altijd is opgevallen, is dat ik mezelf nooit volledig kwijtraakte.
Ook wanneer mijn waarneming veranderde of ik hallucineerde, bleef er een deel in mij aanwezig dat observeerde. Ik maakte de ervaring mee, maar keek er tegelijkertijd ook naar. Er bleef iets registreren wat er gebeurde, hoe mijn lichaam reageerde en of de situatie nog veilig voelde.
Die observerende positie heeft mij waarschijnlijk beschermd. Ze zorgde ervoor dat ik niet volledig door een ervaring werd meegesleept en dat ik meestal bewust bleef van mijn eigen handelen.
Ik vermoed dat meer hoogbegaafden dit herkennen: het vermogen om een ervaring te ondergaan en tegelijkertijd een stap naar achteren te zetten en zichzelf daarin waar te nemen. Je bent deelnemer en observator tegelijk. Maar ook daar zit een paradox in.
Wanneer je erop vertrouwt dat een deel van jou altijd blijft opletten, kan experimenteren veiliger voelen dan het werkelijk is. Je denkt dat je jezelf niet volledig kunt verliezen, omdat je tot nu toe steeds aanwezig bent gebleven. Een sterke observator is echter niet hetzelfde als volledige controle.
Je kunt heel precies zien wat er gebeurt en toch een patroon ontwikkelen. Je kunt begrijpen waarom je iets gebruikt en er toch opnieuw naar grijpen. Je kunt jezelf tijdens een ervaring blijven volgen, maar ondertussen onderschatten welke plaats het middel buiten die afzonderlijke ervaring begint in te nemen.
Zelfobservatie is daarmee een kracht, maar geen garantie dat je nergens in vastloopt.
Jezelf verliezen zonder middelen
Je hebt geen alcohol, nicotine of drugs nodig om jezelf ergens in te verliezen.
Voor sommige hoogbegaafden is werk het krachtigste middel. Voor anderen is het sport, gamen, lezen, onderzoeken, schrijven of analyseren. Wanneer iets werkelijk interessant is, kan het alle aandacht naar zich toe trekken.
Dat herken ik misschien nog sterker dan het opgaan in middelen. Wanneer een onderwerp mij grijpt, ontstaat er een beweging die moeilijk te onderbreken is. Ik wil nog één verband begrijpen, een gedachte verder uitwerken of een formulering vinden die precies uitdrukt wat ik zie.
Op zo’n moment kan stoppen onnatuurlijker voelen dan doorgaan.
Je lichaam is moe, maar je denken is nog niet klaar. Je weet dat je moet eten of slapen, maar het onderwerp geeft meer energie dan de rust waar je lichaam om vraagt. En juist omdat het werk inhoudelijk waardevol is, voelt doorgaan niet onmiddellijk als zelfverwaarlozing. Dat is wat dit patroon zo moeilijk herkenbaar maakt.
Jezelf verliezen in alcohol wordt al snel als ongezond gezien. Jezelf verliezen in werk kan bewondering opleveren. Je bent gedreven, toegewijd en productief. Niemand vraagt hoeveel slaap, lichamelijke rust of ruimte voor andere delen van je leven daarvoor wordt ingeleverd.
Ook sport kan zo’n functie krijgen. De lichamelijke intensiteit kan het hoofd eindelijk stiller maken. Een game kan precies genoeg uitdaging, structuur en feedback bieden om urenlang in te verdwijnen. En analyseren kan een wereld scheppen waarin alles betekenis krijgt en je niet hoeft terug te keren naar wat minder overzichtelijk of minder interessant voelt.
Het gaat er niet om dat diep werken, sporten, gamen of analyseren verkeerd zijn. Juist het vermogen om volledig ergens in op te gaan is een van de grote krachten van hoogbegaafdheid.
Maar dezelfde kracht kan een patroon worden waarin je jezelf steeds minder gemakkelijk terugvindt.
De vraag is daarom niet alleen waarin je opgaat.
De vraag is ook of je nog kunt terugkeren wanneer je lichaam, je relaties of de rest van je leven daarom vragen.