Therapie voor hoogbegaafden: welke vorm past bij jou

Welke soorten therapie zijn geschikt voor hoogbegaafden?
Het korte antwoord is: vrijwel allemaal. Hoogbegaafden zijn natuurlijk geen uniforme groep. Wat jou aanspreekt, hangt sterk af van wie jij bent, waar je tegenaan loopt en hoe jij het liefst werkt.
Mijn langere antwoord is daarom vooral mijn persoonlijke visie. Het is absoluut geen vaststaand gegeven en ook geen voorschrift voor wat jij zou moeten kiezen. Doe vooral wat goed voelt voor jou en kijk bij welke therapeut en welke werkwijze jij werkelijk aansluiting ervaart.
Ook hoogbegaafden kunnen op alle menselijke gebieden vastlopen
Als hoogbegaafde kun je op allerlei gebieden vastlopen. Soms heeft dat rechtstreeks met je hoogbegaafdheid te maken. Soms speelt hoogbegaafdheid slechts op de achtergrond een rol. En soms heeft het probleem er eigenlijk nauwelijks iets mee te maken.
Ook hoogbegaafden kunnen last krijgen van angsten, depressieve klachten, paniek, dissociatieve verschijnselen, emoties die vast lijken te zitten of patronen waarin ze telkens opnieuw terechtkomen. Je kunt vastlopen in relaties, in werk, in je zelfbeeld of in de manier waarop je met jezelf omgaat.
Hoogbegaafdheid beschermt je niet tegen menselijke problemen. Wel kan het invloed hebben op de manier waarop je die problemen ervaart, probeert te begrijpen en ermee omgaat. Daardoor kan de ene therapievorm soms beter bij je aansluiten dan de andere.
Cognitieve gedragstherapie
De therapievorm die in Nederland waarschijnlijk het meest wordt aangeboden, is cognitieve gedragstherapie. Hoewel cognitieve gedragstherapie absoluut een waardevolle methode kan zijn, hoor ik van veel hoogbegaafden dat dit niet altijd de therapie is waar zij het meeste baat bij hebben.
Cognitieve gedragstherapie richt zich sterk op gedachten, overtuigingen en gedrag. Je onderzoekt bijvoorbeeld welke gedachten je klachten in stand houden, of die gedachten helemaal kloppen en welk ander gedrag je zou kunnen uitproberen.
Dat kunnen fantastische hulpmiddelen zijn. Tegelijkertijd is het cognitieve gebied voor veel hoogbegaafden nu juist het terrein waarop zij al ontzettend sterk ontwikkeld zijn.
Je bent waarschijnlijk gewend om veel na te denken. Misschien merk je inconsistenties razendsnel op, analyseer je jezelf en anderen voortdurend of zie je de volgende denkstap al aankomen voordat de therapeut deze heeft uitgesproken. Je weet rationeel misschien allang dat een bepaalde overtuiging niet helemaal logisch is.
Maar dat betekent nog niet dat je gevoel automatisch meegaat.
Je kunt het gevoel krijgen dat de therapie blijft steken op een niveau dat je zelf al uitgebreid hebt onderzocht. Of dat jij en je therapeut in een intellectuele discussie terechtkomen, terwijl je eigenlijk ergens anders hulp bij nodig hebt.
Daar komt bij dat cognitieve gedragstherapie een van de belangrijkste behandelvormen is die veel psychologen tijdens hun opleiding leren. Sommige psychologen ontwikkelen zich daarin tot ontzettend goede en ervaren cognitief gedragstherapeuten. Maar het kan ook betekenen dat iemand deze methode vooral aanbiedt omdat dit de richting is waarmee diegene is opgeleid.
Dat is natuurlijk een generalisering. Toch zou ik er wel naar kijken. Hoeveel ervaring heeft iemand? Waarom werkt deze therapeut juist met deze methode? Kan iemand afwijken van het protocol wanneer dat nodig is? En lukt het de therapeut om werkelijk aan te sluiten bij hoe jij denkt en voelt?
Cognitieve gedragstherapie kan een goede basis zijn wanneer je graag praktisch werkt en een therapeut vindt bij wie je je begrepen voelt. Maar persoonlijk zou het bij hoogbegaafdheid niet automatisch mijn eerste voorkeur zijn.
Juist wanneer je al een groot deel van je leven in je hoofd doorbrengt, kan het waardevol zijn om in therapie een andere richting op te gaan. Om niet nóg beter te leren redeneren, maar meer contact te maken met je lichaam, je verbeeldingskracht, je emoties of de grotere existentiële vragen die in je leven spelen.
Deze vier gebieden bieden andere ingangen dan het denken alleen. Ze kunnen je brengen bij ervaringen die je misschien allang begrijpt, maar nog niet werkelijk hebt kunnen voelen, doorleven of veranderen.
Je lichaam
Een eerste ingang is het lichaam.
Psychomotorische therapie
Een therapievorm die hierin veel kan bieden, is psychomotorische therapie, meestal afgekort tot PMT. Bij PMT kijk je niet alleen naar wat je denkt en zegt, maar vooral naar wat je tijdens beweging en lichamelijke oefeningen ervaart.
Wat gebeurt er in je lichaam wanneer iemand dichtbij komt? Hoe merk je dat je spanning opbouwt? Wat doe je wanneer je onzeker wordt, moet samenwerken of grenzen moet aangeven? Maak je jezelf kleiner? Verstijf je? Ga je juist harder werken? Merk je lichamelijk al dat iets te veel wordt voordat je het verstandelijk hebt toegegeven?
Dat kan waardevol zijn voor hoogbegaafden die gewend zijn om alles eerst cognitief te benaderen. Je kunt niet uitsluitend vanuit je hoofd verklaren wat er gebeurt. Je wordt uitgenodigd om het daadwerkelijk te ervaren.
Daarbij wil ik wel een kanttekening maken. Sommige hoogbegaafden zijn motorisch heel vaardig en voelen zich prettig tijdens lichamelijke oefeningen. Maar hoogbegaafdheid kan ook samengaan met motorische onhandigheid, onzekerheid over bewegen of problemen met de afstemming tussen lichaam en omgeving.
Wanneer motoriek toevallig jouw zwakke plek is, kan PMT in een groep behoorlijk spannend zijn. Dan zou ik vooraf goed informeren hoe de therapie wordt vormgegeven, welke oefeningen er worden gedaan en hoeveel ruimte er is om iets op je eigen manier te doen.
Een beetje buiten je comfortzone gaan kan goed zijn. Maar therapie hoeft je niet voortdurend zo onzeker te maken dat je nauwelijks meer kunt onderzoeken wat er werkelijk in je gebeurt. Het moet nog voldoende veilig en prettig blijven om nieuwsgierig te kunnen zijn.
Ook haptonomie of haptotherapie kan helpen om meer contact met je lichaam en je gevoel te krijgen. Andere mogelijkheden zijn bijvoorbeeld dans- en bewegingstherapie, lichaamsgerichte psychotherapie, Sensorimotor Psychotherapy en Somatic Experiencing.
Je hoeft daarbij niet meteen te weten welke specifieke methode het beste bij je past. Je kunt ook zoeken naar een therapeut die gewend is om tijdens gesprekken het lichaam mee te nemen.
Waar voel je iets? Wat gebeurt er met je houding? Voel je onrust in je benen, druk op je borst of spanning in je gezicht? Verandert er iets wanneer je over een bepaald onderwerp begint?
Alleen al het serieus meenemen van het lichaam kan een heel andere therapie opleveren dan wanneer je uitsluitend bespreekt wat je ergens van vindt.
Soms kun je ook twee sporen naast elkaar volgen. Je kunt bijvoorbeeld een gesprekstherapie combineren met een meer lichaamsgerichte behandeling. Je hoeft niet te verwachten dat één methode alles tegelijk moet bieden.
Je verbeeldingskracht
Een tweede richting die ik interessant vind voor hoogbegaafden, zijn therapieën die aansluiten bij verbeeldingskracht.
Veel hoogbegaafden hebben een rijke innerlijke wereld. Ze denken in beelden, verhalen, symbolen, systemen of verschillende perspectieven. Wanneer jouw verbeeldingskracht een van je sterke kanten is, kan het jammer zijn wanneer daar in therapie nauwelijks iets mee wordt gedaan.
Internal Family Systems
Internal Family Systems, meestal afgekort tot IFS, vind ik persoonlijk een van de mooiste voorbeelden.
IFS gaat ervan uit dat je innerlijke wereld uit verschillende delen bestaat. Die delen hebben ieder hun eigen gevoelens, overtuigingen, herinneringen en functies. Je kunt bijvoorbeeld een streng deel hebben dat je probeert te beschermen door hoge eisen te stellen, een bang deel dat zich het liefst verstopt, een boos deel dat voor je grenzen opkomt of een jong deel dat zich nog altijd alleen voelt.
Daarnaast gaat IFS uit van het Zelf: een rustige, liefdevolle en nieuwsgierige kern van waaruit je leiding kunt geven aan je innerlijke systeem. Het Zelf probeert de andere delen niet weg te krijgen, maar helpt hen om elkaar beter te begrijpen en opnieuw samen te werken.
Voor mij werkt dat fantastisch, juist omdat je met een soort onbeschreven blad kunt beginnen. Je hoeft niet vooraf precies te weten welke delen er in jou zouden moeten bestaan. Je kunt gaan ontdekken: wat ervaar ik eigenlijk? Welk deel spreekt hier? Waar probeert het mij tegen te beschermen? Hoe ziet het eruit? Hoe oud voelt het? En wat heeft het nodig?
Je kunt dialogen aangaan tussen verschillende kanten van jezelf. Je kunt delen tekenen, beschrijven, een naam geven of een eigen karakter laten ontwikkelen. Je kunt het eenvoudig houden, maar ook zo uitgebreid en complex maken als bij jou past.
Dat geeft enorm veel ruimte aan verbeeldingskracht. Je hoeft jezelf niet uitsluitend te beschrijven in diagnostische termen of vaste categorieën. Je mag je eigen innerlijke taal ontwikkelen.
In Nederland zijn nog niet heel veel therapeuten die volledig vanuit IFS werken. Ze zijn er wel, maar veel minder dan therapeuten die bijvoorbeeld cognitieve gedragstherapie aanbieden. Er bestaan daarnaast boeken, oefeningen en online hulpmiddelen waarmee je voorzichtig zelf kennis kunt maken met de methode.
Schematherapie
Een therapievorm die er in sommige opzichten op lijkt, is schematherapie.
Schematherapie werkt met schema’s en modi. Schema’s zijn diepgewortelde patronen en overtuigingen, terwijl modi meer de verschillende toestanden of kanten van jezelf beschrijven die op bepaalde momenten naar voren komen.
Het systeem zit heel knap in elkaar. Veel menselijke patronen worden erin op een herkenbare manier beschreven. Het verschil met IFS is voor mij vooral dat binnen schematherapie een groot deel van de categorieën al vastligt. De mogelijke schema’s en modi zijn vooraf omschreven.
Daardoor geeft schematherapie veel structuur. Voor sommige mensen is dat ontzettend prettig. Je krijgt woorden en een overzicht waarmee je jezelf kunt begrijpen. Je hoeft niet alles zelf uit te vinden.
Zelf vind ik het leuker wanneer ik eerst kan ontdekken wat er vanuit mijzelf naar boven komt, in plaats van dat ik in een boek lees welke delen ik ongeveer zou moeten hebben. Maar dat is vooral een kwestie van persoonlijke smaak.
Het interessante is dat ik lange tijd met IFS heb gewerkt en mijn eigen delen uitgebreid heb ontdekt en getekend. Toen ik me later verder in schematherapie verdiepte, bleek een groot deel van die zelfontdekte delen behoorlijk goed overeen te komen met de schema’s en modi uit de schematherapie.
De systemen hoeven elkaar dus helemaal niet tegen te spreken. Houd je van duidelijke structuur en herkenbare categorieën? Dan kan schematherapie heel fijn zijn. Wil je liever vrij onderzoeken en je eigen innerlijke wereld vormgeven? Dan spreekt IFS je misschien meer aan.
Imaginaire rescripting
Een andere therapievorm die sterk gebruikmaakt van verbeeldingskracht, is imaginaire rescripting.
Wanneer je een nare, pijnlijke of traumatische ervaring hebt meegemaakt, ga je in gedachten terug naar die situatie. Vervolgens verandert er iets in het verloop. Misschien stap je als volwassene de herinnering binnen om je jongere zelf te beschermen. Misschien grijpt de therapeut in. Misschien geef je alsnog woorden aan wat je destijds niet kon zeggen, kom je voor jezelf op of zorg je dat je uit de situatie wordt gehaald.
Je doet niet alsof het verleden letterlijk anders is gebeurd. Je geeft je emotionele systeem wel een nieuwe ervaring mee. Je voegt iets toe wat destijds ontbrak: bescherming, erkenning, troost, verzet of een mogelijkheid om te ontsnappen.
Daarbij zet je je verbeeldingskracht heel direct in. Voor iemand die sterk in beelden denkt en zich gemakkelijk iets kan voorstellen, kan dat een bijzonder krachtige vorm zijn.
Andere therapievormen die gebruik kunnen maken van verbeelding zijn bijvoorbeeld beeldende therapie, dramatherapie, psychodrama, gestalttherapie, hypnotherapie en imaginaire exposure.
Je verbeeldingskracht hoeft niet alleen een plek te zijn waarin je piekert, scenario’s doorloopt of jezelf verliest. Ze kan ook een van de belangrijkste middelen worden waarmee je herstelt.
Je emoties
Een derde ingang zijn je emoties.
Affectfobietherapie
Zelf heb ik psychodynamische psychotherapie gevolgd waarin affectfobietherapie een belangrijk onderdeel was.
Bij affectfobietherapie zoom je dieper in op emoties. Je kijkt niet alleen terug naar wat er vroeger is gebeurd, maar onderzoekt ook wat je op dit moment ervaart terwijl je daarover praat.
Misschien vertel je iets waar je eigenlijk boos over bent, maar begin je ondertussen te lachen. Misschien merk je dat je verdriet meteen probeert uit te leggen. Misschien voel je trots, maar komt daar vrijwel direct schaamte overheen. Of je vertelt iets heel pijnlijks zonder dat je op dat moment nog goed kunt voelen wat het met je doet.
Samen met de therapeut probeer je te ontdekken welke emotie er oorspronkelijk aanwezig is, welke angst of schaamte daarbij is ontstaan en wat je vervolgens bent gaan doen om die emotie niet meer volledig te hoeven voelen.
Je kunt bijvoorbeeld moeite hebben met trots. Misschien heb je ooit geleerd dat je arrogant was wanneer je zichtbaar blij was met iets wat je goed kon. Je trots verdween daardoor niet, maar er kwam schaamte overheen te liggen.
Iedere keer wanneer je later iets van trots voelde, werd die schaamte opnieuw geactiveerd. Je leerde jezelf kleiner te maken, je succes snel te relativeren of onmiddellijk te benoemen wat er allemaal nog niet goed genoeg was.
Binnen affectfobietherapie kijk je niet alleen rationeel naar dat patroon. Je probeert de trots ook echt opnieuw te voelen en te verdragen. Je ontdekt dat je trots kunt ervaren zonder dat je daarmee iemand anders tekortdoet. Op die manier kunnen emoties die lange tijd geblokkeerd of ingeperkt zijn geweest langzaam weer vrijkomen.
Ik vond dit zelf een heel belangrijk onderdeel van mijn reis. Juist omdat ik veel al uitstekend kon begrijpen. Ik kon vaak goed uitleggen waarom iets was ontstaan en welke patronen daarin meespeelden. Maar iets begrijpen is nog iets anders dan het daadwerkelijk voelen.
Je kunt precies weten dat je boos mag zijn en die boosheid toch nergens in je lichaam kunnen vinden. Je kunt begrijpen dat je verdriet logisch is en het toch onmiddellijk wegredeneren zodra het opkomt. Je kunt weten dat je trots mag zijn en jezelf toch automatisch kleiner maken.
Een emotiegerichte therapie helpt je niet alleen om iets óver je gevoelens te weten. Je oefent om ze werkelijk te ervaren, te verdragen en te uiten.
Andere therapievormen waarin emoties een centrale plaats kunnen krijgen zijn Emotion-Focused Therapy, experiëntiële therapie, gestalttherapie en verschillende kortdurende psychodynamische therapieën.
Voor hoogbegaafden kan dat juist een belangrijke aanvulling zijn. Niet omdat hoogbegaafden minder emoties zouden hebben. Eerder omdat een sterk ontwikkeld denkvermogen het soms mogelijk maakt om razendsnel om een emotie heen te denken.
Je begrijpt de emotie dan perfect, maar hoeft haar ondertussen nauwelijks te voelen.
Existentiële diepgang en betekenis
Naast het lichaam, de verbeeldingskracht en emoties is er nog een vierde gebied dat voor hoogbegaafden belangrijk kan zijn: het existentiële gebied.
De eerste drie ingangen zul je binnen de reguliere GGZ nog redelijk vaak tegenkomen. Niet noodzakelijk allemaal bij dezelfde therapeut, maar er bestaan duidelijke behandelvormen voor. Het existentiële stuk is veel minder vanzelfsprekend.
Natuurlijk kun je geluk hebben met een therapeut die er ruimte voor maakt. Iemand bij wie het niet alleen mag gaan over je klachten en je dagelijks functioneren, maar ook over de grotere vragen die daaronder liggen. Toch is dat binnen een gemiddelde behandeling niet altijd een vanzelfsprekend onderdeel.
Existentiële vragen gaan over het bestaan zelf. Over wie je bent en wat het betekent om een mens te zijn. Over vrijheid, verantwoordelijkheid, sterfelijkheid, verbondenheid en eenzaamheid. Over de angst om ooit niet meer te bestaan. Over de vraag wat je leven betekenis geeft. Maar ook over ervaringen die veel moeilijker in gewone woorden te vangen zijn.
Misschien ben je bang om zo ver van andere mensen af te raken dat je nooit meer werkelijk terugkomt. Misschien ervaar je een diepe eenzaamheid in het universum. Misschien kun je opeens heel sterk voelen hoe vreemd tijd eigenlijk is, hoe onwaarschijnlijk het bestaan is of hoe klein en tegelijkertijd onvoorstelbaar groot een mensenleven kan zijn.
Dat hoeven niet altijd angsten te zijn. Soms is het verwondering. Soms ontzag. Soms een soort duizeling. Soms een ervaring die mooi en betekenisvol is, maar die je toch behoorlijk uit evenwicht kan brengen.
Juist bij hoogbegaafden kunnen zulke vragen heel diep gaan. Niet omdat iedere hoogbegaafde voortdurend over het universum nadenkt, maar omdat sommige mensen gedachten, beelden en ervaringen zo ver kunnen doortrekken dat ze op een terrein komen waar weinig eenvoudige antwoorden meer bestaan.
En juist daar kan eenzaamheid ontstaan.
Niet alleen omdat andere mensen misschien minder met zulke vragen bezig zijn, maar ook omdat het lastig kan zijn om ze binnen een gewone therapie te bespreken. Ze zijn vaak te weinig concreet voor een standaard behandelplan. Ze passen niet altijd netjes bij één klacht. Ze zijn niet eenvoudig op te lossen met een oefening of een andere gedachte.
Binnen een sterk op classificatie en symptomen gerichte behandeling kunnen bijzondere existentiële ervaringen bovendien al snel anders overkomen dan je ze bedoelt. Iets wat voor jou een ingewikkelde gedachte over tijd, bewustzijn, menselijkheid of werkelijkheid is, kan voor een ander veel vreemder klinken.
Daardoor kun je jezelf al tijdens het vertellen gaan corrigeren. Je maakt het kleiner, rationeler of normaler. Je probeert vooraf al duidelijk te maken dat je heus wel weet wat werkelijkheid is. Of je begint er uiteindelijk helemaal niet meer over, uit angst dat iemand vooral hoort hoe ongewoon het klinkt en niet begrijpt wat je werkelijk probeert te onderzoeken.
Dat vind ik jammer. Niet iedere ongewone gedachte of ervaring hoeft onmiddellijk te worden gereduceerd tot een symptoom. Soms probeert iemand werkelijk iets te begrijpen over het bestaan, de mensheid of de eigen plek in het geheel.
Binnen psychodynamische psychotherapie kan daar soms meer ruimte voor zijn. Er is vaak minder haast om iedere ervaring meteen praktisch op te lossen. Er mag langer worden stilgestaan bij wat iets voor jou betekent, welke gevoelens het oproept en hoe het samenhangt met je geschiedenis en je verhouding tot anderen.
Toch is het ook daar afhankelijk van de therapeut. Niet iedere psychodynamisch therapeut voelt zich even vertrouwd met existentiële, spirituele of moeilijk te omschrijven ervaringen. Het is dus niet vanzelfsprekend dat die kanten van jou werkelijk welkom zijn.
Therapievormen waarin existentiële vragen vaak explicieter een plaats krijgen, zijn bijvoorbeeld existentiële psychotherapie, psychosynthese en sommige vormen van gestalttherapie, cliëntgerichte therapie of humanistische therapie.
Ook buiten de reguliere GGZ kun je mensen vinden die hier meer voor openstaan. Denk aan een counselor die gewend is om met levensvragen te werken, een geestelijk verzorger of soms een filosofisch consulent. Daarvoor moet je vaak wel zelf betalen, maar het kan juist waardevol zijn wanneer je niet uitsluitend een psychische klacht wilt behandelen, maar ook ruimte zoekt voor vragen die bij jouw bestaan en ontwikkeling horen.
Spiritualiteit zonder dat je alles hoeft te geloven
Existentiële vragen kunnen ook raken aan spiritualiteit.
Spiritualiteit is natuurlijk een ontzettend breed begrip. Het kan gaan over religie, mystiek en bovennatuurlijke overtuigingen, maar ook gewoon over heel menselijke ervaringen van verbondenheid, betekenis, verwondering, natuur, liefde of iets wat groter voelt dan jijzelf.
Voor de ene persoon past religie daar goed bij. Voor een ander juist helemaal niet. Sommige mensen vinden betekenis in een kerk, een spirituele traditie of een ritueel. Anderen ervaren iets vergelijkbaars tijdens een wandeling, bij muziek, in een intens gesprek of in het besef dat zij deel uitmaken van een veel groter geheel.
Je hoeft dus niet in iets bovennatuurlijks te geloven om behoefte te hebben aan een spirituele of existentiële laag.
Tegelijkertijd mag je daarin kritisch zijn. Onder de noemer spiritualiteit wordt van alles aangeboden: van warme, menselijke en betekenisvolle begeleiding tot ideeën waarbij vrijwel iedere moeilijke ervaring een kosmische verklaring krijgt.
Een goede begeleider hoeft jouw ervaring niet onmiddellijk te verklaren. Die hoeft niet te zeggen dat het alleen een symptoom is, maar ook niet dat het noodzakelijk een spiritueel ontwaken of een boodschap van het universum is.
Misschien is het veel belangrijker dat iemand naast je kan blijven staan terwijl je onderzoekt wat de ervaring voor jou betekent.
Dat iemand nieuwsgierig genoeg is om je niet meteen te reduceren, maar stevig genoeg blijft om samen onderscheid te blijven maken tussen verbeelding, betekenis, angst, werkelijkheid en verlangen.
Welke therapie past bij jou?
Er bestaat uiteindelijk geen therapievorm die automatisch het beste is voor alle hoogbegaafden. De naam van de behandeling zegt bovendien niet alles. De ervaring, openheid en persoonlijkheid van de therapeut zijn minstens zo belangrijk.
Misschien heb je vooral behoefte aan een therapie die je uit je hoofd en terug naar je lichaam brengt. Misschien kun je juist via je verbeeldingskracht ergens komen waar gewone gesprekken niet bij kunnen. Misschien begrijp je je emoties al uitstekend, maar moet je ze nog leren voelen. Of misschien zoek je vooral een plek waar ook je grootste levensvragen en moeilijk te omschrijven ervaringen serieus genomen worden.
Je hoeft niet één therapie te vinden die alles omvat. Verschillende vormen kunnen elkaar aanvullen en wat je nodig hebt, kan tijdens je leven veranderen.
Het belangrijkste is dat therapie niet alleen bevestigt wat je zelf al wist. Er moet ruimte zijn om werkelijk iets nieuws te ontdekken, te ervaren of toe te laten.
Uiteindelijk is dat de kern: niet of een therapievorm op papier geschikt is voor hoogbegaafden, maar of deze therapeut en deze werkwijze werkelijk iets in jou weten te raken.