Sander weet nog precies hoe de zondagmiddagen vroeger voelden. Aan het einde van de middag begon het meestal al. Een onrustig gevoel in zijn buik, dat steeds sterker werd naarmate het weekend verder afliep.

De volgende ochtend moest hij weer naar school.

Hij is vroeger een tijdlang gepest. Gelukkig werd dat op een gegeven moment opgemerkt en stopte het relatief snel. Later heeft hij EMDR gehad voor een aantal herinneringen uit die periode. Dat heeft hem geholpen. Wanneer hij nu aan die gebeurtenissen terugdenkt, voelt het niet meer alsof hij er opnieuw middenin zit.

Toch merkte hij dat er iets anders was achtergebleven.

Het waren niet alleen de momenten waarop andere kinderen iets tegen hem zeiden of hem buitensloten. Het was vooral hoe school jarenlang had gevoeld. De buikpijn. Het alleen zijn. Het gevoel dat hij nergens werkelijk bij hoorde. Het eindeloos uit het raam staren terwijl de docent iets uitlegde wat hem niet bereikte. Het idee dat iedereen leek te begrijpen hoe je een normaal kind moest zijn, behalve hij.

Sander was slim. Dat was juist het vreemde.

Sommige ingewikkelde onderwerpen begreep hij razendsnel. Hij kon verbanden zien waar anderen nog helemaal niet mee bezig waren. Maar wanneer hij rijtjes moest stampen, losse topografische namen moest onthouden of steeds opnieuw dezelfde soort sommen moest maken, haakte zijn hoofd af.

Hij zat dan wel in de klas, maar was er eigenlijk nauwelijks meer.

Volwassenen zagen een jongen die droomde, niet oplette en beter zijn best moest doen. Andere kinderen zagen iemand die een beetje vreemd en onhandig was. Sander zelf begreep vooral dat hij het blijkbaar verkeerd deed.

Hij werd steeds stiller. In de pauzes probeerde hij soms bij andere kinderen te gaan staan, maar hij wist niet goed hoe hij moest aansluiten. Hij voelde zich ongemakkelijk, wist vaak niet wat hij moest zeggen en was voortdurend bezig met de vraag hoe hij op anderen overkwam. Daardoor werd contact maken alleen maar moeilijker.

Thuis vertelde hij er weinig over.

Wanneer zijn ouders vroegen hoe het op school was geweest, zei hij meestal dat het wel goed ging. Hij wilde hen niet ongerust maken. Misschien wilde hij hen ook niet teleurstellen. En hoe moest hij uitleggen wat er mis was? Er gebeurde op veel dagen helemaal niets concreets.

Hij was gewoon ongelukkig.

Juist daardoor heeft hij dat deel van zijn schooltijd nooit echt een plek kunnen geven. Het pesten was duidelijk. Daar waren gebeurtenissen, beelden en herinneringen aan te koppelen. Maar voor dat voortdurende gevoel van er niet bij horen was veel minder taal.

Niemand had ooit aan hem gevraagd wat het met een kind doet wanneer het jarenlang iedere zondag buikpijn heeft. Of wat er gebeurt wanneer een nieuwsgierig kind op school vooral leert om afwezig te raken.

Misschien was dat uiteindelijk wel het pijnlijkste gedeelte.

Sander is niet zijn echte naam. Om de privacy van de mensen met wie ik werk te beschermen, verander en combineer ik persoonlijke details. Toch herken ik dit soort verhalen regelmatig in mijn werk met hoogbegaafde volwassenen.

Mensen weten soms precies welke nare incidenten er op school hebben plaatsgevonden. Maar pas veel later ontdekken zij dat er daarnaast nog een bredere laag van pijn bestaat.

Het jarenlang niet begrepen worden. Niet op de goede manier worden aangesproken. Intellectueel veel kunnen en tegelijkertijd vastlopen op ogenschijnlijk eenvoudige taken. Je sociaal onhandig voelen omdat je weinig aansluiting ervaart. Steeds horen dat je beter moet opletten, harder moet werken of je normaler moet gedragen.

Hoogbegaafd en toch ongelukkig op school

Je zou misschien denken dat hoogbegaafde kinderen het juist goed doen op school. Dat ze graag naar school gaan, omdat het een plek is waar ze nieuwe dingen leren en hun hersenen worden gestimuleerd. Dat ze hoge cijfers halen, snel door de lesstof heen gaan en met plezier aan ingewikkelde opdrachten werken.

Helaas is dat in de praktijk lang niet altijd het geval.

Er zijn hoogbegaafde kinderen die alleen bij het denken aan school al buikpijn krijgen. Kinderen die zich niet begrepen voelen door hun leerkrachten, die moeilijk aansluiting vinden bij hun klasgenoten en die zich totaal niet thuis voelen binnen het schoolsysteem.

Niet omdat ze niet kunnen leren, maar omdat de manier waarop zij leren niet goed aansluit bij de manier waarop het onderwijs wordt aangeboden.

Veel onderwijs is vrij lineair opgebouwd. Leerlingen krijgen steeds een klein stukje informatie aangeboden. Ze oefenen dat, maken het zich eigen en bouwen zo langzaam een groter geheel aan kennis op.

Voor veel hoogbegaafde kinderen werkt het eerder andersom. Zij denken vaker top-down. Ze willen eerst begrijpen waar iets over gaat, hoe de verschillende onderdelen met elkaar samenhangen en waarom ze iets moeten leren.

Ze willen als het ware eerst het hele bouwwerk kunnen zien, voordat ze de afzonderlijke stenen op hun plaats kunnen leggen.

Wanneer je zo’n kind alleen maar losse feiten, termen of stappen aanbiedt, zonder duidelijk te maken waar die precies bij horen, kan het juist moeite krijgen om de informatie te onthouden. Niet omdat het kind de stof niet aankan, maar omdat het grotere verband ontbreekt.

Het heeft eerst een kader nodig waaraan het alle details kan ophangen.

Topografie was voor Sander bijvoorbeeld een ramp. Losse namen van plaatsen, rivieren en provincies in zijn hoofd stampen lukte nauwelijks. Hij wilde begrijpen hoe het landschap was ontstaan, waarom steden juist op bepaalde plekken lagen en hoe alles met elkaar samenhing.

Maar daar werd niet naar gevraagd. Hij moest gewoon de namen kennen.

Omdat hij zich niet goed kon concentreren op iets waarvan hij het verband niet zag, begon hij steeds later aan zijn huiswerk. Soms helemaal niet. Volwassenen zagen vooral een jongen die ongemotiveerd was en meer discipline nodig had.

Sander begon langzaam te geloven dat er iets mis met hem was.

Hoogbegaafd betekent niet dat alles vanzelf gaat

Top-down denken is natuurlijk maar één voorbeeld van wat er mis kan gaan. Hoogbegaafde kinderen kunnen ook onvoldoende worden uitgedaagd, te weinig vrijheid krijgen of juist te weinig ondersteuning ontvangen op de gebieden waarop zij die wél nodig hebben.

Want hoogbegaafd zijn betekent niet dat je op ieder gebied even ver ontwikkeld bent.

Bij hoogbegaafde kinderen wordt vaak gesproken over een asynchrone of disharmonische ontwikkeling. Daarmee wordt bedoeld dat verschillende ontwikkelingsgebieden niet allemaal in hetzelfde tempo verlopen.

Een kind kan intellectueel al heel ver zijn, terwijl het emotioneel nog gewoon de leeftijd heeft die op zijn geboortekaartje staat. Het kan een uitzonderlijk ruimtelijk inzicht hebben, maar moeite hebben om zijn gedachten onder woorden te brengen. Het kan complexe maatschappelijke problemen begrijpen, maar nog niet weten hoe het moet reageren wanneer iemand op het schoolplein iets onaardigs zegt.

Er bestaat bovendien niet één profiel van het hoogbegaafde kind. Juist binnen deze groep kunnen de onderlinge verschillen enorm zijn.

Het ene hoogbegaafde kind heeft behoefte aan versnelling, terwijl een ander vooral verdieping nodig heeft. De een wil veel vrijheid, terwijl de ander zonder duidelijke begeleiding volledig vastloopt. Soms heeft hetzelfde kind zelfs beide nodig: vrijheid om zelf te mogen denken en ondersteuning om zijn ideeën ook werkelijk uit te kunnen voeren.

Dat maakt het moeilijker om passend onderwijs aan te bieden. Het kind kan op het ene gebied ver vooruitlopen en op een ander gebied opvallend veel hulp nodig hebben. Wanneer volwassenen alleen naar de hoge intelligentie kijken, ontstaat al snel het idee dat het kind de rest dan ook maar zelfstandig moet kunnen.

Als het vervolgens vastloopt, wordt dat vaak niet begrepen.

Je leert om te verdwijnen

Als een hoogbegaafd kind steeds vastloopt, wordt het al snel druk, ongemotiveerd, dromerig, lastig of sociaal onhandig genoemd. Soms wordt er gedacht aan ADHD, autisme of een gedragsprobleem. Dat kan natuurlijk terecht zijn en samengaan met hoogbegaafdheid. Maar soms wordt vooral niet gezien wat er tussen het kind en zijn omgeving gebeurt.

Het kind krijgt niet alleen te weinig uitdaging. Het leert ook iets over zichzelf.

Dat zijn vragen te ingewikkeld zijn. Dat verveling luiheid is. Dat het zich beter moet aanpassen. Dat het niet moet laten merken dat het meer ziet, anders denkt of ergens veel dieper op ingaat dan de rest.

Sommige kinderen gaan daartegen vechten. Andere kinderen proberen steeds minder ruimte in te nemen.

Ze steken hun vinger niet meer op. Ze stellen hun vragen niet meer. Ze vertellen thuis niet hoe ongelukkig ze zijn. Ze zitten in de klas, kijken uit het raam en wachten tot de dag voorbij is.

Het kind leert niet alleen dat school niet bij hem past.

Het leert dat het zelf blijkbaar niet goed past.

Dat kan ook sociaal gebeuren. Hoogbegaafde kinderen denken soms al jong na over onderwerpen waar hun leeftijdgenoten nog weinig mee bezig zijn. Ze hebben een andere humor, andere interesses of een sterke gevoeligheid voor wat er in de wereld gebeurt.

Wanneer ze daarin weinig aansluiting vinden, kunnen ze zich sociaal onbekwaam gaan voelen.

Terwijl het misschien niet ontbreekt aan sociale capaciteiten.

Misschien ontbreken vooral de mensen bij wie die capaciteiten tot leven kunnen komen.

Wat is hoogbegaafd schooltrauma?

Bij schooltrauma denken we al snel aan pesten, vernedering of één heel heftige gebeurtenis. Dat kan inderdaad traumatisch zijn. Maar schooltrauma kan ook sluipender ontstaan.

Elke zondag buikpijn hebben. Je jarenlang een buitenstaander voelen. Steeds horen dat je beter je best moet doen. Niet begrijpen waarom je vastloopt op taken die volgens iedereen eenvoudig zijn. Je nieuwsgierigheid verbergen omdat die op school vooral problemen veroorzaakt.

Het hoeft niet één groot incident te zijn.

Het kan ook gaan om honderden dagen waarop je jezelf een klein beetje kwijtraakt.

Een hoogbegaafd schooltrauma ontstaat daarom niet alleen door wat een kind wordt aangedaan. Het kan ook ontstaan door wat jarenlang ontbreekt: aansluiting, intellectuele ruimte, passende begeleiding, veiligheid en het gevoel dat iemand werkelijk begrijpt hoe jij denkt.

Dat maakt het soms moeilijk te herkennen. Er is geen duidelijke gebeurtenis om naar te wijzen. Het kind ging iedere dag naar school, haalde misschien redelijke cijfers en veroorzaakte weinig problemen.

Maar vanbinnen was het allang afgehaakt.

Wanneer leren niet meer vrij voelt

Een van de pijnlijkste gevolgen is dat het plezier in leren verdwijnt.

Dat is nogal wat bij iemand die van nature waarschijnlijk juist nieuwsgierig is. Leren raakt verbonden met druk, verveling, beoordeling en machteloosheid. Later hoeft iemand soms alleen maar te zeggen dat iets móét worden geleerd en de weerstand schiet al omhoog.

Uit zichzelf kan iemand zich urenlang in een onderwerp verdiepen. Zodra er huiswerk, een stappenplan of een toets aan vastzit, lukt het niet meer.

Ook toetsangst kan hierbij een rol spelen. Een kind kan blokkeren omdat het bang is om fouten te maken, omdat het ooit is uitgelachen of omdat ieder resultaat iets lijkt te zeggen over zijn intelligentie. Een ander kind gaat juist bewust minder goed presteren om niet langer op te vallen.

Zo kan school niet alleen het leren moeilijk maken, maar ook het zichtbaar durven zijn.

Hoe kun je schooltrauma bij kinderen herkennen?

Niet ieder kind laat duidelijk zien dat het ongelukkig is. Sommige kinderen weigeren naar school te gaan. Andere kinderen blijven keurig functioneren en houden hun spanning verborgen.

Let vooral op terugkerende patronen, zoals:

  • buikpijn, hoofdpijn of misselijkheid rondom school;
  • veel spanning op zondagavond of in de ochtend;
  • na school volledig uitgeput, boos of ontregeld zijn;
  • wegdromen, uit het raam staren of nauwelijks aanwezig lijken;
  • niet aan opdrachten beginnen, terwijl het kind de stof wel begrijpt;
  • extreem perfectionisme of angst om fouten te maken;
  • opzettelijk onderpresteren of niet meer willen opvallen;
  • steeds negatiever over zichzelf praten;
  • weinig aansluiting vinden en zich anders of buitengesloten voelen;
  • het verdwijnen van nieuwsgierigheid en leerplezier.

Geen van deze signalen bewijst op zichzelf dat er sprake is van schooltrauma. Het gaat om het geheel. Hoe voelt school voor dit kind? Voelt het zich gezien? Kan het vertellen wanneer iets niet goed gaat? En blijft het zichzelf, of zie je het steeds verder verdwijnen?

Wanneer je eigen kind naar school gaat

Sander praat hier nu over omdat hij zelf een hoogbegaafde zoon heeft.

Met zijn zoon lijkt het gelukkig redelijk goed te gaan. Hij kan meekomen, heeft een paar vriendjes en gaat meestal zonder veel weerstand naar school.

Toch blijft Sander alert.

Hij herinnert zich namelijk hoe weinig hij vroeger thuis vertelde. Zijn ouders zagen een stille jongen die gewoon naar school ging. Ze zagen niet dat hij op zondag de uren aftelde en hoopte dat hij maandagochtend ziek zou zijn.

Wanneer zijn zoon vertelt dat hij tijdens de les uit het raam heeft zitten kijken, voelt Sander onmiddellijk iets van vroeger. Hij wil voorkomen dat zijn zoon hetzelfde overkomt.

Tegelijkertijd weet hij dat niet iedere saaie les en niet ieder sociaal probleem het begin van een trauma is. Hij hoeft zijn eigen geschiedenis niet volledig op zijn zoon te leggen.

Maar hij kan er wel iets uit meenemen.

Dat goede cijfers niet alles zeggen. Dat een kind geen sluitende uitleg hoeft te hebben voordat je naar hem luistert. En dat het verstandig is om samen met school te blijven kijken hoe een kind zich voelt, niet alleen hoe het presteert.

Misschien is dat wat Sander vroeger zelf het meeste heeft gemist: iemand die niet alleen vroeg wat hij had gehaald, maar ook hoe het was om daar iedere dag te zitten.

Hoe kan schooltrauma later bij volwassenen zichtbaar worden?

Je kunt allang niet meer op school zitten en toch merken dat die tijd nog steeds invloed heeft.

Dat kan bijvoorbeeld zichtbaar worden in:

  • spanning bij cursussen, opleidingen en examens;
  • blokkeren zodra iets verplicht wordt;
  • uitstelgedrag dat meer op bevriezing lijkt;
  • sterke angst voor kritiek, feedback of beoordeling;
  • perfectionisme of juist bewust onder je niveau blijven;
  • bang zijn dat anderen ontdekken dat je eigenlijk niet slim genoeg bent;
  • moeite met docenten, leidinggevenden of andere autoriteitsfiguren;
  • alles liever zelf uitzoeken dan iemand om uitleg vragen;
  • geen opleiding meer aandurven, terwijl je wel graag leert;
  • lichamelijke spanning bij presentaties, toetsen of beoordelingsgesprekken;
  • boosheid of verdriet over kansen die je vroeger hebt gemist;
  • alleen goed kunnen leren wanneer je volledige vrijheid hebt.

Je kunt dus enorm leergierig zijn en toch volledig blokkeren binnen een formele leeromgeving.

Dat lijkt tegenstrijdig, maar is het niet.

Je nieuwsgierigheid is misschien niet verdwenen. Ze heeft alleen geleerd zich terug te trekken zodra leren weer gaat voelen als school.

De schaduwzijde van autodidact zijn

Veel hoogbegaafde volwassenen zijn trots op het feit dat ze autodidact zijn. Ze zoeken zelf informatie, leggen hun eigen verbanden en kunnen zonder docent een heel vakgebied leren begrijpen.

Dat is ook een kracht.

Maar soms zit er een pijnlijker verhaal onder. Misschien heb je niet alleen zelf leren leren omdat dat bij je past. Misschien deed je het ook omdat bijna niemand goed genoeg bij jouw manier van leren kon aansluiten.

Dan werd zelfstandigheid niet alleen vrijheid, maar ook noodzaak.

Je kunt trots zijn op alles wat je jezelf hebt geleerd en toch verdriet voelen omdat je het zo vaak alleen hebt moeten doen.

Misschien had je graag iemand gehad die jouw vragen interessant vond. Die iets samen met jou onderzocht. Die niet alleen vertelde welke stappen je moest zetten, maar eerst met jou naar het hele bouwwerk keek.

Dat je het alleen kon, betekent niet dat je het altijd alleen had willen doen.

Je hoeft het geen trauma te noemen

Misschien herken je hier veel in, maar twijfel je over het woord schooltrauma. Misschien denk je dat jouw ervaringen daarvoor niet ernstig genoeg waren.

Dat woord hoeft niet het belangrijkste te zijn.

Wanneer je merkt dat er nog pijn zit, dat je jezelf nog steeds klein houdt of dat leren, beoordeling en autoriteit veel meer spanning oproepen dan je zou willen, is dat al voldoende reden om ernaar te kijken.

Je hoeft niet eerst te bewijzen dat het erg genoeg was.

Soms gaat het om werkelijk ingrijpende gebeurtenissen, zoals ernstig pesten, vernedering, geweld of langdurige schooluitval. Wanneer je last hebt van herbelevingen, paniek, dissociatie, heftige vermijding of andere duidelijke traumaklachten, is het verstandig om via de huisarts of de GGZ professionele traumabehandeling te zoeken.

Maar misschien gaat het vooral over jarenlang onbegrepen zijn. Over eenzaamheid, niet passen en het gevoel dat jij degene was met wie iets mis was.

Ook dat mag je serieus nemen.

Wanneer er geen sprake lijkt van ernstige traumaklachten, maar je de ervaringen wel wilt begrijpen en een plek wilt geven, kun je daar ook met een counselor, coach of psychologisch begeleider over praten. Daarvoor is niet altijd een verwijzing van de huisarts nodig.

Daar kun je ook met mij naar kijken. Niet als vervanging voor traumabehandeling, maar om samen te onderzoeken wat je uit je schooltijd hebt meegenomen. Welke overtuigingen zijn daar ontstaan? Waar houd je jezelf nog steeds tegen? En wat zou je nodig hebben om leren weer iets van jezelf te laten worden?

Voor Sander betekent dit dat hij niet alleen hoeft te voorkomen dat zijn zoon hetzelfde overkomt.

Hij mag ook nog terug naar het kind dat hij zelf ooit was.

Niet om eindeloos in het verleden te blijven hangen, maar om eindelijk te begrijpen dat die jongen niet lui, ongemotiveerd of sociaal mislukt was.

Hij was een nieuwsgierig kind dat op een plek terechtkwam waar hij steeds minder van zichzelf kon laten zien.

En misschien begint herstel precies daar: wanneer je niet langer probeert om dat kind alsnog beter te laten presteren, maar hem eindelijk gelooft wanneer hij zegt dat hij ongelukkig was.

LATEN WE CONTACT HOUDEN!

Meld je aan voor mijn nieuwsbrief! 😎

We spammen niet! Lees ons privacybePrivacy bij de nieuwsbriefleid voor meer info.

Hi, I’m Nicole Geene

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *