Het gevoel dat er iets mis met je is

Je hebt het gevoel dat er eigenlijk iets mis met je is. Wat precies, dat weet je niet. Je merkt alleen dat je anders bent. Dat je op de een of andere manier niet helemaal meekomt. Je kunt je wel normaal voordoen, je kunt je aanpassen, je kunt vaak best goed functioneren, maar ergens voel je: er klopt iets niet. Er is iets in mij anders dan bij anderen.

En omdat je daar je vinger niet op kunt leggen, ga je zoeken. Misschien ben ik autistisch. Misschien is er iets mis met mijn persoonlijkheid. Misschien heb ik een leerachterstand. Misschien ben ik gewoon niet zo sociaal, niet zo stabiel, niet zo handig, niet zo goed in het leven als andere mensen. Je zoekt steeds naar een verklaring voor wat er mis met je zou kunnen zijn.

Steeds zoeken naar de juiste verklaring

Het verwarrende is dat je in bijna al die verklaringen wel iets herkent. Je leest erover, je verdiept je erin, je denkt: ja, misschien is dit het. Tot je weer verder zoekt en merkt: nee, toch niet. Dit is niet helemaal wie ik ben. Dit verklaart niet goed genoeg hoe ik denk, hoe ik handel, waar ik op vastloop. Er zit herkenning in, maar het klopt niet echt.

En dan kom je uiteindelijk bij een psycholoog terecht. Je doet testen. En daaruit komt niet dat je gek bent, of dom, of verkeerd, maar dat je hoogbegaafd bent. Dat is even schrikken.

Hoogbegaafd, en dan?

Je zou denken: dat is toch juist een opluchting? Vanaf dat moment kun je toch loslaten dat er iets mis met je is? Je bent niet minder, je bent misschien juist scherper dan je dacht. Je zelfbeeld zou dan toch in één klap moeten veranderen van “er is iets niet goed met mij” naar “hé, misschien ben ik juist wél goed zoals ik ben”. In theorie wel. Maar in de praktijk werkt dat vaak veel moeizamer.

Want dat gevoel dat er iets mis met je is, is meestal niet zomaar een gedachte. Het is iets wat zich jarenlang heeft opgebouwd. Als je jong bent en hoogbegaafd, word je lang niet altijd goed gespiegeld. Veel dingen die je doet of zegt vinden mensen misschien leuk, grappig of bijzonder. Maar als het echt gaat om jouw scherpte, jouw snelheid, jouw gevoeligheid, jouw manier van verbanden leggen, dan kunnen anderen je soms niet volgen.

Als je niet goed gespiegeld wordt

Ze begrijpen je niet. Ze vinden je misschien een beetje raar. Of ze raken geïrriteerd, omdat jij iets ziet wat zij nog niet zien. Misschien voelen ze zich zelfs aangevallen, terwijl jij alleen maar iets probeert te begrijpen of uit te leggen.

In elk geval krijg je dan niet de respons waar je op hoopte. En langzaam kan het gevoel ontstaan: dit deel van mij mag er blijkbaar niet zijn. Mijn scherpte mag er niet zijn. Mijn gevoeligheid mag er niet zijn. Mijn manier van denken is te veel, te vreemd, te lastig.

Dus ga je je aanpassen. Je probeert dat deel van jezelf een beetje te verbergen. Maar juist dat deel, de kern waarvan je eigenlijk hoopt dat die gezien wordt door je ouders, op school, door leeftijdsgenoten, blijft dan eenzaam. En soms komt daar schaamte omheen te liggen.

Je ontwikkelt je wel, natuurlijk. Je groeit door. Je leert functioneren. Maar ergens blijft dat deel dat niet echt gezien is, of zich zelfs afgewezen heeft gevoeld, achter. En dat kan een chronisch gevoel geven van: ik mag er niet zijn. Er is iets mis met mij. Ik ben niet goed genoeg. Ik moet me verbergen. Als mensen mij echt zouden kennen, zouden ze ontdekken dat ik niet goed ben. Vroeg of laat val ik door de mand.

Imposter syndrome

Natuurlijk heeft bijna iedereen weleens last van imposter syndrome. Dat is menselijk. Maar het valt mij op hoe sterk dit bij veel hoogbegaafden aanwezig kan zijn. Juist bij mensen met een goed stel hersens, juist bij mensen die veel kunnen zien en begrijpen, kan de twijfel aan zichzelf ontzettend diep zitten.

Daarom kan het accepteren van hoogbegaafdheid ook best ingewikkeld zijn. Want je denkt: hoogbegaafdheid is toch juist iets positiefs? Dat is toch een goede prognose? Dat is toch alleen maar fijn?

Maar als dat totaal niet strookt met hoe jij je diep vanbinnen voelt, dan is het niet zomaar fijn. Als jij diep vanbinnen het gevoel hebt dat er iets mis met je is, en je krijgt ineens te horen dat er juist veel potentie, scherpte en gevoeligheid in je zit, dan doet dat iets met je.

Rouw om wat je eerder had willen weten

Aan de ene kant kan het een rouwproces op gang brengen. Want als je eerder had geweten dat je hoogbegaafd was, had je misschien andere keuzes gemaakt. Dan had je misschien beter rekening gehouden met je eigen behoeften. Dan had je je gevoeligheden serieuzer genomen. Dan had je misschien een opleiding gekozen die beter bij je paste, ondanks dat anderen zeiden dat je het niet zou kunnen. Dan had je je eigen inzichten misschien meer vertrouwd. Dan had je je leven meer kunnen afstemmen op wie je werkelijk bent.

En dat dat niet gebeurd is, is pijnlijk. Dat moet je verwerken. Ik denk dat het goed is om daar de tijd voor te nemen.

De druk om je potentie waar te maken

Aan de andere kant kan het ook onzekerheid geven over de toekomst. Want nu je weet dat je hoogbegaafd bent, kun je ineens het gevoel krijgen dat je daar iets mee moet. Nu moet je slim zijn. Nu moet je je potentie waarmaken. Nu moet je alsnog iets groots uit jezelf halen. Misschien ben je dat de wereld wel verplicht. Misschien ben je het je innerlijke kind verplicht om alsnog helemaal tot bloei te komen.

En ergens is dat mooi. Maar het kan ook een enorme druk worden als je daar te hard mee aan de slag gaat.

Want je bent niemand iets verplicht. Je hoeft niet ineens iets groots te bewijzen. Hoogbegaafdheid betekent niet dat je overal goed in moet zijn, of dat je iets bijzonders moet presteren. Het betekent vooral dat je jezelf beter mag leren begrijpen. Dat je bepaalde kenmerken van jezelf kunt herkennen. Dat dingen uit je leven misschien beter op hun plek vallen.

Je zelfbeeld verandert niet in één klap

Het strijkt je zelfbeeld dus niet in één klap glad. Zo werkt het gewoon niet. Het blijft vaak een proces. Maar het kan wel helpen om te begrijpen waar dat oude gevoel vandaan komt. Dat gevoel dat er iets mis met je is, kan voortkomen uit een tekort aan spiegels. Uit te weinig mensen die jou echt konden volgen, echt konden begrijpen, echt konden zien in de kern van wie je bent.

En natuurlijk kan dat nog versterkt worden door andere ervaringen. Als je gepest bent. Als je ouders had die niet goed op jou waren afgestemd. Als je schoolloopbaan niet lekker liep. Als je carrière ergens vastliep. Als je lange tijd niet op een plek zat waar je tot je recht kwam. Al die dingen kunnen zich opstapelen.

Het begint vaak jong, maar het groeit mee. En op een gegeven moment voelt het niet meer als een losse ervaring, maar als een overtuiging over jezelf.

Langzaam weer ruimte innemen

Toch denk ik dat je daaraan kunt werken. Niet door te doen alsof het ineens over is, maar door steeds vaker momenten te krijgen waarin je jezelf wél begrijpt. Waarin je meer zelfvertrouwen voelt. Waarin je merkt: wacht even, misschien was ik niet verkeerd. Misschien ben ik jarenlang verkeerd gespiegeld.

In het begin wisselt dat vaak nog. Het ene moment voel je zelfvertrouwen, het andere moment komt de innerlijke criticus weer naar boven. Dan voel je je misschien klein, onzeker, verdrietig of down. Maar naarmate je er meer over praat, naarmate je meer erkenning krijgt en je meer gehoord wordt door mensen die jou echt begrijpen, kan er iets verschuiven.

Juist de dingen waarvan je dacht dat ze er niet mochten zijn, mogen dan langzaam meer zichtbaar worden.

Daarmee is niet in één keer je hele leven hersteld. Als je bent vastgelopen, kost herstel tijd. Maar het is niet alleen herstel. Het is ook groei. Groei naar een nieuwe versie van jezelf, of misschien beter gezegd: naar een versie van jezelf die er eigenlijk altijd al was, maar die nog niet genoeg ruimte had gekregen.

En als je beter begrijpt waar dat gevoel van schaamte, ongemak, tekortschieten of door de mand vallen vandaan komt, kun je jezelf op zulke momenten soms corrigeren. Niet hard, maar vriendelijk. Je kunt tegen jezelf zeggen: nee, wacht. Ik heb het niet verkeerd gedaan. Ik heb me jarenlang proberen aan te passen. Ik heb juist ontzettend mijn best gedaan. En ik mag er wel zijn.

Dat klinkt misschien simpel, maar dit kan heel diep zitten. Soms helpt het al om er bewust bij stil te staan. Om bepaalde overtuigingen die in de knoop zijn geraakt, langzaam weer recht te trekken.

Blijf er niet alleen mee zitten

Daarom denk ik ook dat het belangrijk is om mensen te hebben met wie je hierover kunt praten. Of dat nou een vriend is, een familielid, een partner of een professional, dat is natuurlijk helemaal aan jou. Maar als je hiermee worstelt, zou ik je wel aanraden om er niet alleen mee te blijven zitten.

Wat ook waardevol kan zijn, is contact met gelijkgestemden. Bijvoorbeeld via een lotgenotengroep, een herstelgroep of een groep voor hoogbegaafden. Die herkenning kan ontzettend veel doen. Soms hoor je iemand anders iets vertellen en denk je ineens: wacht eens even, dat heb ik ook. Dus ik ben niet de enige die hiermee rondloopt.

Het fijne van een groep is ook dat je niet de hele tijd zelf hoeft te praten. Je kunt gewoon luisteren naar wat anderen zeggen en delen als je daar behoefte aan hebt. Soms leer je juist via die herkenning jezelf beter kennen. En op sommige momenten kan dat een stuk ontspannender voelen dan wanneer alle aandacht direct op jouw verhaal ligt.

Als je behoefte hebt aan een veilige plek om hier eens rustig over te sparren, of als je merkt dat je structureler wilt werken aan je zelfbeeld en het innemen van jouw ruimte, neem dan gerust contact met me op.

Samen kunnen we onderzoeken wat er bij jou speelt, wat je nodig hebt in deze fase en hoe je die innerlijke criticus wat zachter kunt maken, zodat je weer meer op je eigen kompas durft te varen.

Hi, I’m Nicole

2 Comments

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *