Mijn innerlijke criticus doet een IQ-test

Hoewel ik mijn IQ-score eigenlijk wel ken, komt die oude zelftwijfel soms toch weer terug. Is die score wel echt? Is hij inmiddels niet gedaald? Kan ik het nog wel? Terwijl ik ergens ook weet dat ik het gewoon zou moeten kunnen, heeft mijn innerlijke criticus daar zo zijn eigen ideeën over.
Hij maakt me onzeker. Het heeft iets van het imposter syndroom: juist nu ik zo bezig ben met hoogbegaafdheid, begint er weer een stem te fluisteren dat het misschien allemaal toch niet klopt. Dat ik mezelf misschien iets wijsmaak. Dat wat ooit gemeten is, nu misschien allang niet meer waar is.
De proef op de som
Dus besloot ik toch weer eens een IQ-test te doen. Zowel uit nieuwsgierigheid als vanuit zelftwijfel. Niet een lange, uitgebreide test, maar gewoon een korte versie die online te vinden was voor niet al te veel geld. Misschien ook een beetje om mijn innerlijke criticus van repliek te dienen.
Helaas was die criticus tijdens de test niet ineens verdwenen. Integendeel, ook daar zat hij er weer bovenop. Wat me meteen opviel, was dat ik het inzicht nog steeds had. Bij sommige vragen kwam het antwoord al in één keer naar boven, nog voordat ik de vraag echt goed had bekeken. Alsof iets in mij het al zag, nog vóór ik er bewust over was gaan nadenken.
Vertrouwen op het eerste inzicht
Maar mijn innerlijke criticus was het daar niet mee eens. Bij bijna elk antwoord dat spontaan in me opkwam, zei hij meteen: nee, iets wat in één keer verschijnt, dat kan niet goed zijn. Dus bleef ik soms net iets te lang controleren, vergelijken en twijfelen. Toch kwam ik uiteindelijk telkens weer uit bij het antwoord dat als eerste in mij was opgekomen.
Daardoor werd die test eigenlijk interessanter dan ik had verwacht. Het was niet alleen een test van IQ, maar ook een test van iets anders: zijn die eerste ingevingen inderdaad zo onbetrouwbaar als de criticus beweert, of klopt er juist iets in dat snelle, spontane weten?
Meer dan alleen een score
De uitslag gaf daar een behoorlijk duidelijk antwoord op. Mijn IQ-score was nog bijna zo hoog als vroeger. Dus zeker niet slecht. En dat betekende ook dat mijn eerste ingevingen blijkbaar heel vaak gewoon klopten. Mijn innerlijke criticus was in dit geval niet scherp of verstandig, maar vooral overmatig bezorgd.
Dat vond ik uiteindelijk misschien nog wel belangrijker dan de score zelf. Want voor mij voelde dit ook als een bevestiging van iets groters: wat er spontaan in mij opkomt, dat klopt dus gewoon. Dat snelle, dat intuïtieve, het eerste antwoord dat zich ineens aandient, is niet per definitie verdacht. Eindelijk kon ik als het ware tegen de innerlijke criticus zeggen: zie je wel, het inzicht klopt, de intuïtie klopt. Dus wat er in mij opkomt, laat dat gewoon met rust. Laat het er zijn. Het mag er zijn.
Dat was eigenlijk het gevoel waarmee ik deze test afrondde. Niet alleen dat ik het nog kan, maar ook dat ik mijn eigen intuïtie en spontaniteit serieuzer mag nemen. En dat vond ik misschien nog wel de mooiste uitkomst van deze IQ-test.
Dus eigenlijk zijn we allebei geslaagd voor de IQ-test: zowel ik als mijn innerlijke criticus. En als beloning heeft hij een heerlijke, lange vakantie naar de zon gewonnen, zodat hij mij voorlopig lekker met rust laat.

Mooi geschreven. Meer hoef ik niet te zeggen. Jouw woorden waren genoeg.